cover mobiel grip op zorg
e magazine grip abena nederland
vergrijzing nederland
waardevolle inzichten en nuttige tips voor de zorg van de toekomst
witte lijn png e magazine grip
interviews e magazine grip abena

Het zijn roerige tijden in de zorg.
Tijden waarin we allemaal meer grip kunnen gebruiken.
We houden ons hoofd zo goed mogelijk boven water.
Maar zijn we klaar voor een tsunami? Er is geen medicijn tegen vergrijzing. Voor de toenemende werkdruk, stijgende kosten en kwaliteitsbeleving. We kunnen het alleen redden als we samen werken. Samen werken aan grip op goede zorg. In dit e-magazine delen vooruitstrevende zorgmanagers hun visie, kennis en inzichten. Wij danken iedereen die hieraan een bijdrage heeft geleverd.

abena healthcare care nederland leverancier zorgproducten
eric gerritsen vws ministerie 2

Den Haag, december 2020

Slow Crisis

Den Haag, december 2020

Slow Crisis

Group 314

Het jaar 2020 gaat de geschiedenis in als het jaar van de coronacrisis.
De wereldwijde uitbraak van COVID-19 had en heeft een enorme impact op de zorg en op ons dagelijks leven.

Het jaar 2020 gaat de geschiedenis in als het jaar van de coronacrisis.
De wereldwijde uitbraak van COVID-19 had en heeft een enorme impact
op de zorg en op ons dagelijks leven.

Door deze sudden crisis zou je bijna vergeten dat we in Nederland ook al jaren te maken hebben met een slow crisis in de zorg. De almaar groeiende druk op ons zorgstelsel door de vergrijzing en de toename van chronische aandoeningen, tegenover een krimpend arbeidsaanbod. Als we onze zorg organiseerbaar willen houden, dan moeten we die echt fundamenteel anders gaan inrichten.

Hebben we daar een nieuwe visie voor nodig? Nee. Visie hebben we genoeg; we stikken van de visie. We moeten gewoon beginnen. Beginnen met telemonitoring bij COPD-patiënten. Beginnen met medicijndispensers in de thuiszorg. Beginnen met slim incontinentiemateriaal in de intramurale zorg. Ook al vraagt dat om het doorbreken van bestaande routines.

“Hebben we een nieuwe visie nodig? Nee. Visie hebben we genoeg; we stikken van de visie. We moeten gewoon beginnen.”

e magazine grip abena
zorg abena

Schrikt het grote af? Begin dan klein, zou ik zeggen. En dan niet onder
de kaasstolp van een pilot. Maar begin met een concrete aanpassing in
de actuele werksituatie. Zo voorkom je dat je in de val van de proeftuin-makke trapt, waarbij je de bestaande organisatie tijdelijk wegdefinieert.
En vervolgens weer terugkeert naar de oude situatie zodra het potje met subsidiegeld of transitiegeld leeg is.

Tot voor kort zagen we daar nog veel zorgvernieuwing op spaak lopen,
maar gelukkig zien we nu steeds meer succesvolle voorbeelden van ‘innoveren door doen’. Voorbeelden van slimme zorgvernieuwing die bijdragen aan de zorgkwaliteit, en tegelijkertijd onmisbaar zijn voor de organiseerbaarheid van onze gezondheidszorg.

Daarbij denk ik niet alleen aan de inzet van nieuwe technologie, zoals beeldbellen en telemonitoring, maar bijvoorbeeld ook aan tanteLouise.
Een VVT-organisatie die als missie heeft om de beste zorg thuis te bieden, ‘waar thuis ook is’. Die accepteert dat je daarbij tegen problemen aanloopt. Die bereid is om daarvan te leren. En die nu een mentorrol vervult in het regionale programma ‘Anders werken in de Zorg’, waarbij organisaties samenwerken vanuit het besef dat je beter en sneller innoveert als je het samen doet.

Want we weten allemaal hoe lastig het is om dingen in de zorg te kantelen. Vanwege koudwatervrees bij het management of op de werkvloer. Omdat het lastig is om de business case rond te krijgen. En omdat de continuïteit van de bestaande zorg natuurlijk ook niet in het gedrang mag komen.

Veranderen lukt alleen als alle betrokken partijen samen optrekken. Zorgorganisaties, zorgleveranciers, zorgfinanciers en de overheid.
Maar als de coronacrisis iets heeft aangetoond, dan is het wel dat er een grote bereidheid is om elkaar te helpen en van elkaar te leren. Laten we
die bereidheid meenemen uit deze sudden crisis, om samen ook de slow crisis in de zorg het hoofd te bieden.

Erik Gerritsen
secretaris-generaal van het ministerie van VWS

Waar houdt een milieucoördinator zich zoal mee bezig

Duurzaamheid in de zorg: zo zet Driestroom concrete stappen

Een interview met milieucoördinator Mariska Jansen

Duurzaamheid in de zorg: zo zet Driestroom concrete stappen

Een interview met milieucoördinator Mariska Jansen

Group 314

Duurzaamheid staat binnen veel zorgorganisaties hoog op de agenda. Maar ja, waar begin je? Stichting Driestroom zette concrete stappen door drie jaar geleden een milieucoördinator aan te stellen en werk te maken van een milieucertificering voor een van haar locaties. De milieucoördinator in kwestie, Mariska Jansen, blijkt graag bereid om haar inzichten en ervaringen met onze lezers te delen.

Duurzaamheid staat binnen veel zorgorganisaties hoog op de agenda. Maar ja, waar begin je? Stichting Driestroom zette concrete stappen door drie jaar geleden een milieucoördinator aan te stellen en werk te maken van een milieucertificering voor een van haar locaties. De milieucoördinator in kwestie, Mariska Jansen, blijkt graag bereid om haar inzichten en ervaringen met onze lezers te delen.

Waar houdt een milieucoördinator zich zoal mee bezig?

“Luchtbehandeling, afval, vervoer, duurzame voeding… Het is heel breed, want duurzaamheid komt overal in terug. Dus ik mag overal iets van vinden. Officieel val ik onder de afdeling Facilitair en Vastgoed, maar in de praktijk werk ik door de hele organisatie heen.”

Veel zorgbestuurders, managers en inkopers willen werk maken van duurzaamheid, maar worstelen met het zetten van de eerste stappen. Hoe en wanneer begon bij jullie de bal te rollen?

“In 2018, met het ondertekenen van de Green Deal Verduurzamen Zorginstellingen in de regio Arnhem. Toen hebben we afgesproken om een van onze locaties te certificeren volgens de Milieuthermometer Zorg. Op dat moment ben ik ook begonnen als milieucoördinator. Voorheen deed een collega van inkoop het erbij, maar we beseften al snel dat duurzaamheid geen onderwerp is dat je er zomaar even bij doet.”

Milieucoördinator was niet alleen voor jou een nieuwe functie, maar ook een nieuwe functie binnen jullie organisatie. Waar begin je dan?

Google is your best friend. Ik ben er niet voor opgeleid, dus voor mij begon het met heel veel uitzoeken en onderzoeken. Gaandeweg leer je welke mensen je moet hebben en welke wegen je kunt bewandelen. En vanuit de gemeente Arnhem heb ik een adviseur die ik altijd kan bellen. Maar verder is het dus veel zelf uitpluizen. En vooral: gewoon doen.”

duurzaamheid in de zorg oplossing
duurzaamheid in de zorg oplossing

Je had het net over de Milieuthermometer Zorg. Kun je daar iets meer over vertellen?

“Dat is een managementsysteem waarmee zorginstellingen hun milieuprestaties structureel en aantoonbaar kunnen verbeteren. Vorig jaar hebben we een bronzen milieucertificaat behaald voor onze locatie Wikke lees meer. Dat was onze eerste mijlpaal. Door de focus op die ene locatie te houden, kregen we in één keer met veel verschillende aspecten van duurzaamheid te maken. De kennis en ervaring die we daarmee hebben opgedaan, kunnen we nu ook inzetten op andere locaties. En sommige maatregelen die je vanwege de certificering op één locatie neemt, hebben sowieso al een organisatiebrede impact.”

Hoe borg je die organisatiebrede impact? Hebben jullie daar ook criteria of doelen voor opgesteld?

“Afgelopen jaar hebben we de Green Deal met de omgevingsdiensten, gemeenten en zorginstellingen in de regio vernieuwd. Daarbij hebben we nieuwe afspraken gemaakt om meer locaties brons te certificeren – in ons geval zes locaties. En op Wikke willen we het zilveren certificaat halen. Zo brengen we via die locatie weer nieuwe maatregelen, nieuwe onderwerpen de organisatie binnen. En blijven we stappen zetten.”

“Door de focus op die ene locatie te houden, kregen we in één keer met veel verschillende aspecten van duurzaamheid te maken”

Op welke onderdelen is voor een zorginstelling de meeste milieuwinst te boeken?

“Op de eerste plaats het energieverbruik. Op de locatie Wikke, die ook representatief is voor onze andere locaties, bestaat onze CO2-footprint voor 43% uit elektriciteit en voor 16% uit brandstof en warmte; dat is samen het overgrote deel. Dat betekent dat je veel kunt bereiken met maatregelen op vastgoed- en inkoopgebied. Denk aan besparende douchekoppen, warmtepompen, koelsystemen. En  aan groene energie inkopen. Maar bijvoorbeeld ook door te kijken of je locaties kunt aansluiten op het warmtenet. Of kijken naar de mogelijkheden van zonnepanelen.”

Is duurzaamheid een onderwerp dat al breed leeft binnen jullie organisatie of is het iets dat jij als milieucoördinator moet aanjagen?

“Het is een wisselwerking. Aan de ene kant weet ik aan welke criteria we moeten voldoen en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Die breng ik de organisatie in. Aan andere kant komen er ook steeds meer vragen en initiatieven vanuit de organisatie zelf.”

Kun je een voorbeeld geven van die eigen initiatieven?

“Vorig jaar was ik op bezoek bij de Goffertboerderij in Nijmegen. Daar zit een klein restaurantje bij, waar ze graag duurzame keuzes willen maken. Om te laten zien dat ze dichtbij de natuur staan en daar goed mee omgaan. Dan ga ik erheen om te adviseren wat ze op dat gebied kunnen verbeteren. En andersom deel ik hun verhaal ook weer in de organisatie als voorbeeldcasus. Maar verduurzaming kan ook gewoon beginnen bij een medewerker die zich afvraagt waarom we zoveel papier gebruiken. Of waarom we afval niet scheiden. Dan bekijken we samen hoe we dat kunnen veranderen.”

oplossing voor duurzaamheid in de zorg
oplossing voor duurzaamheid in de zorg

Verandering zorgt meestal ook voor enige weerstand. Hoe ga je daarmee om?

“De intrinsieke motivatie verschilt per medewerker. Maar als je op een locatie iemand hebt die roept om afvalscheiding of duurzame energie, dan heb je een ambassadeur voor die locatie. Daar ga ik dan informatie mee uitwisselen. Zij kunnen alles aan me vragen; wat er mogelijk is op het gebied van duurzaamheid, maar bijvoorbeeld ook tips om collega’s mee te krijgen. En minstens zo belangrijk als het om motivatie gaat: cliënten die over duurzaamheid beginnen. Want in onze visie staat de cliënt voorop.”

Kun je daar een voorbeeld van geven, van cliënten die over duurzaamheid beginnen?

“Die vertellen bijvoorbeeld dat ze het raar vinden dat ze plastic wel apart moeten weggooien als ze bij hun ouders zijn, maar dat het op hun woonlocatie in dezelfde container gaat als het restafval. En dat is natuurlijk ook raar. Daarom ben ik ook een keer aangeschoven bij de cliëntenraad. Om te horen: wat vinden jullie? Zijn er dingen die we anders zouden moeten doen? Dan ontstaan er echte gesprekken en vragen cliënten bijvoorbeeld ook wat ze zelf kunnen doen om energie te besparen. Dat probeer ik dan naar hun eigen leefwereld te vertalen met praktische tips. De verwarming uitzetten als je niet thuis bent. De tv niet stand-by zetten, maar uit. Dat soort dingen.”

“Cliënten vinden het raar dat ze plastic wel apart moeten weggooien als ze bij hun ouders zijn, maar dat het op hun woonlocatie in dezelfde container gaat als het restafval.”

vgz zorgverzekering toelichting en uitleg
de oplossing in de zorg

Het overkoepelende thema van dit eMagazine is ‘grip op goede zorg’, in termen van kwaliteit, tijd en kosten. Hoe verhoudt verduurzaming zich volgens jou tot meer grip op kwaliteit, tijd en kosten in de zorg?

“Minder CO2-uitstoot, meer circulair werken, duurzame voeding: duurzaamheid draagt op allerlei manieren bij aan een gezondere leefomgeving voor cliënten, dus aan de kwaliteit van de zorg.” “Of neem jullie eigen slimme incontinentiemateriaal, Abena Nova. Daar hebben we in Nijmegen een pilot mee gedaan. In acht weken tijd hebben we het gebruik van incontinentiemateriaal daar fors weten terug te brengen: van vijf naar drie inco’s per cliënt per dag. Dat zijn 730 inco’s per cliënt per jaar.  En we hadden opeens ook veel minder onderleggers nodig. Minder wondzorg. Reken je dat door naar een locatie met 40 bewoners van wie de helft incontinent is, dan maakt dat echt een fors verschil. Voor het milieu, maar ook voor het welzijn van de cliënt en qua financieel voordeel.”

Wat beschouw je als de grootste uitdaging bij het doorvoeren van duurzame maatregelen?

“Een van de grootste uitdagingen is de communicatie met medewerkers, vooral als er gedragsverandering nodig is of als iets extra werk oplevert. En dat is begrijpelijk, want collega’s werken elke dag al zo hard om goede zorg te geven.”

“Daarom probeer ik maatregelen ook altijd zo praktisch mogelijk te vertalen naar de werkvloer. Dus niet alleen zeggen: vanaf nu gaan we afval scheiden. Maar ook kijken wat medewerkers daarvoor nodig hebben. In het geval van afvalscheiding: zorgen dat er afvalbakken staan met een duidelijk overzicht wat er wel en niet in mag.”

driestroom zorgcentra
driestroom zorgcentra

En als je één project mag noemen waar je het meest trots op bent of blij van wordt? Je paradepaardje?

“De ‘circulaire kickstart’. Dat is een project dat nog loopt en waarvan ik dus nog geen resultaten heb. Maar ik word er al wel heel blij van. Uiteindelijk is het onze bedoeling dat we één proces binnen de organisatie volledig circulair maken. De plastic afvalstroom bijvoorbeeld. In samenwerking met een afvalverwerker zouden we al ons plastic afval kunnen recyclen tot plastic balken. En daar kunnen we dan weer picknickbanken of vogelkastjes van maken onze werkposten.”

“Een ander voorbeeld is het snoeiafval van onze groenvoorziening. Misschien kunnen we daar meer mee doen dan het op de gft-hoop gooien. We zijn nu met de locaties aan het kijken welk van dit soort voorbeelden de meeste kans van slagen heeft en daar gaan we mee aan de slag.”

“Duurzaamheid draagt bij aan een gezondere leefomgeving voor cliënten, dus aan de kwaliteit van de zorg.”

Tot slot: nog lang niet elke zorginstelling heeft een milieucoördinator. Is het volgens jou wel iets dat elke zorginstelling zou moeten overwegen?

Lachend: “Jazeker, al is het alleen maar omdat ik hierin nu ook voor mezelf ben begonnen als zzp’er!” Serieuzer: “Ziekenhuizen zijn daarin al een paar stappen verder, maar ook binnen de care zie ik dat steeds meer organisaties bezig zijn om het thema duurzaamheid concreet in te vullen. En ja, ik kan absoluut aanraden om dat met een milieucoördinator of duurzaamheidscoördinator te doen. Omdat je met zoveel verschillende maatregelen en onderwerpen te maken hebt, is het belangrijk om iemand te hebben die dat door de hele organisatie heen coördineert.”

Group 305

Mijn tips voor meer grip!

Group 314@2x

Focus op 1 locatie en zet de opgedane ervaring en kennis in bij de andere locaties.

Group 315@2x

Deel de succesverhalen, hoe klein ze ook zijn, in je organisatie.

Group 316@2x

Maak gebruik van enthousiaste ambassadeurs om de andere collega’s mee te krijgen.

Group 317@2x

Vertaal de maatregelen zo praktisch mogelijk naar de werkvloer.

tips voor meer grip 5

Neem duurzaamheid serieus, niet als iets dat je er even bij doet.

Met Zinnige Zorg stimuleert VGZ initiatieven van zorgorganisaties die goede zorg toegankelijk en betaalbaar houden

‘We doen dit voor heel Nederland’

Charlotte Oldenburg en Jenneke Ouwersloot van VGZ over Zinnige Zorg in de VVT

‘We doen dit voor heel Nederland’

Charlotte Oldenburg en Jenneke Ouwersloot van VGZ over Zinnige Zorg in de VVT

Group 314

Met ‘Zinnige Zorg’ stimuleert Coöperatie VGZ initiatieven van zorgorganisaties die goede zorg toegankelijk en betaalbaar houden.

We vragen Charlotte Oldenburg (Missieleider Netwerk Zinnige Zorg) en Jenneke Ouwersloot (Innovatiemanager Domeinoverstijgende Ouderenzorg) naar voorbeelden van Zinnige Zorg in de VVT, hun ervaringen met zorginnovatie in het algemeen en de rolverdeling tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraar.

Met ‘Zinnige Zorg’ stimuleert Coöperatie VGZ initiatieven van zorgorganisaties die goede zorg toegankelijk en betaalbaar houden. We vragen Charlotte Oldenburg (Missieleider Netwerk Zinnige Zorg) en Jenneke Ouwersloot (Innovatiemanager Domeinoverstijgende Ouderenzorg) naar voorbeelden van Zinnige Zorg in de VVT, hun ervaringen met zorginnovatie in het algemeen en de rolverdeling tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraar.

Kunnen jullie Zinnige Zorg om te beginnen kort introduceren voor onze lezers in de VVT? Zelf kenden we het programma eerlijk gezegd vooral van de ziekenhuiszorg.

“Zinnige zorg is betere zorg voor de patiënt, waarmee we tegelijkertijd de zorg in Nederland toegankelijk en betaalbaar houden, op basis van initiatieven van zorgprofessionals”, vertelt Charlotte. “Bernhoven en Rivas Zorggroep waren in 2015 de eerste innovatieve ziekenhuizen die lieten zien dat het kon. Inmiddels bestaat het Netwerk Zinnige Zorg uit 19 alliantiepartners waarmee meerjarenafspraken en partnerships zijn gesloten, waaronder 3 VVT-organisaties: Thebe, Omring en Buurtzorg.” Maar we werken aan zinnige zorg met zorgaanbieders uit heel Nederland, samen leren we met en van elkaar. We doen dit met en voor heel Nederland.

“Initiatieven moeten aan een aantal voorwaarden voldoen”, vult Jenneke aan. “Ze verbeteren de zorg voor de cliënt, zijn opschaalbaar naar andere zorgaanbieders en verlagen de zorgkosten. Belangrijk is ook dat we in de samenwerking over de domeinen heen kijken. Dus niet alleen naar de wijkverpleging maar ook naar de WLZ en het sociale domein. Wij willen het hebben over de ouderenzorg voor onze leden en niet in de hokjes van wetten denken.”

vgz zorgverzekeraar abena
vgz zorgverzekeraar abena

Kun je concrete voorbeelden geven van Zinnige Zorg in de VVT?

Jenneke: “Het gebruik van klittenbandzwachtels in de acute zwachtelfase, bij Omring. Cliënten vinden die zwachtels veel prettiger, omdat ze die zelf kunnen bijstellen als dat nodig is. En het kost de wijkverpleegkundige minder tijd en fysieke belasting. Een typisch voorbeeld van Zinnige Zorg, want het verbetert de kwaliteit van de zorg, het bespaart tijd van de wijkverpleegkundige én het was ontwikkeld op initiatief van een zorgprofessional. In dit geval een medewerker die erover gelezen had in het tijdschrift Nursing.”

 

Charlotte: “We willen ook leren hoe we zorg dichter bij de cliënt kunnen organiseren. Bijvoorbeeld met telemonitoring. Als mensen door monitoring op afstand zich veiliger voelen en vragen kunnen stellen wanneer het nodig is, kunnen we de zorg naar cliënten toe brengen in plaats van cliënten naar een zorginstelling.”

 

Jenneke: “Er zijn ook initiatieven die de ziekenhuiszorg én de thuiszorg raken. Veel patiënten met een stoma hebben na hun ziekenhuisopname bijvoorbeeld nog thuiszorg nodig voor het verwisselen van de stoma. Maar als je patiënten in het ziekenhuis leert hoe ze die zelf kunnen wisselen, dan hebben negen van de tien patiënten de thuiszorg helemaal niet nodig. En het is ook prettiger voor de patiënt omdat ze minder afhankelijk zijn. Dat is een concreet voorbeeld van meerwaarde, want het scheelt de wijkverpleging veel tijd en geeft de patiënt vrijheid terug.”

“Wij willen het hebben over de ouderenzorg voor onze leden en niet in de hokjes van wetten denken.”

Van de medewerker in het ziekenhuis wordt in dat geval wel een extra inspanning gevraagd – een investering door het ziekenhuis, terwijl de tijdwinst voor de wijkverpleging is. Zijn organisaties en zorgprofessionals bereid om over de grenzen van hun eigen domein heen te kijken?

Charlotte: “Verpleegkundigen en andere zorgprofessionals komen hier zelf mee. Die doen het, laten zien dat het kan en inspireren collega’s uit het hele land. Het is van belang om bij innovaties niet te beginnen met de financiën, maar met de zorginhoud. Op basis daarvan kunnen we kijken wat nodig is. Als je begint vanuit de inhoud dan volgt de rest zoals de financiering vanzelf.”

Wat is jullie rol als verzekeraar bij dit soort initiatieven?

Charlotte: “Door echte partnerships geven we organisaties meerjarig de (financiële) rust en ruimte om dit soort innovaties te ontwikkelen en een cultuurverandering te realiseren. We zien het als onze rol om dit soort goede ideeën van zorgprofessionals op te halen, in good practices uit te werken en breder te verspreiden naar andere zorgaanbieders. Want het is mooi als het op één plek gebeurt. Maar het is nog mooier als patiënten en cliënten in heel Nederland er beter van worden.”

 

uitleg vgz zorgverzekering
uitleg vgz zorgverzekering

Zo’n meerjarencontract, hoe kom ik daar als zorgorganisatie voor in aanmerking?
Charlotte: “Het belangrijkste is een gezamenlijke visie. Wij zijn op zoek naar gedreven zorgprofessionals en dappere bestuurders die bereid zijn om iets te veranderen. Daarvoor is intrinsieke motivatie nodig. Wil je veranderen en de status quo challengen? Wil en kun je met je hele organisatie in transformatie gaan? Neem je de verantwoordelijkheid, die verder gaat dan je eigen instelling? Want we doen dit voor heel Nederland.”

Die bereidheid om te veranderen, hoe ervaren jullie die bij organisaties in de VVT?

Jenneke: “Bij de VVT-organisaties waarmee ik werk, is die heel groot. Omdat de urgentie hoog is, vanwege het voelbare tekort aan medewerkers. En er is ook heel veel nieuwsgierigheid naar hoe we de zorg beter en slimmer kunnen organiseren richting de toekomst. Dat neemt niet weg dat veranderen altijd spannend is en nu eenmaal gepaard gaat met hobbels. De kunst is die te zien en te overwinnen. Dat is normaal, dat hoort bij innoveren.”

 

Charlotte: “Binnen elke instelling zijn er koplopers. Altijd, in elke organisatie. De vraag is of je die weet te vinden en kunt raken. Want bij hen begint het.”

“Als het gesprek begint bij de financiën, dan wordt het een lastig verhaal. Maar als het gesprek begint bij de inhoud, dan kom je eruit. Dan volgt de rest vanzelf.”

Een ander bekend obstakel voor succesvolle innovatie in de zorg is doorzetten na de pilotfase. Hoe gaan jullie daarmee om?

Jenneke: “Bij het uitwerken van een good practice proberen we al na te denken over hoe innovatie binnen de organisatie gaat landen. Bijvoorbeeld door duidelijk te schetsen welk probleem of uitdaging een innovatie oplost, wat het de organisatie oplevert in arbeidstijd of zorgkosten, of wat het voor een cliënt betekent. En dan waar nodig het zorgpad aan te passen of te redesignen. Ook brengen we de ambassadeur van de zorgaanbieder waar het idee oorspronkelijk ontstaan is, in contact met de organisatie die het wil invoeren. Want het helpt als je van een gedreven collega hoort hoe het werkt.

 

Tot waar is VGZ in een innovatietraject aanwezig? Waar stopt jullie rol?

Jenneke: “We gaan intensieve partnerships met zorgaanbieders aan dus we werken nauw samen. Juist omdat we de innovaties willen opschalen is het van belang dat we goed weten en snappen wat werkt en niet. Welke slimme dingen zijn er bedacht, welke hobbels kom je tegen en hoe los je die op? Want als de ene aanbieder daar tegenaan loopt, dan de volgende waarschijnlijk ook. En dat leer je alleen door zelf ook mee te werken. We hebben ook VGZ consultants beschikbaar die helpen met het implementeren en uitwerken van initiatieven.

vgz zorgverzekering toelichting en uitleg
vgz zorgverzekering toelichting en uitleg

In de samenwerking tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders gaat het vaak over het spanningsveld tussen zorgkwaliteit en zorgkosten. Hoe zit dat in jullie relatie met zorgaanbieders?

Charlotte: “We zien dat betere kwaliteit en lagere kosten juist hand in hand gaan, daarvan hebben we inmiddels meer dan 140 voorbeelden waarvan een groot deel al is opgeschaald. Door intensiever samen te werken begrijpen we elkaars rol ook beter. En is ook het maatschappelijke besef daar dat het belangrijk is om de zorgkosten te beheersen om onze zorg toegankelijk te houden. Het geld wat wij te besteden hebben is van onze vier miljoen leden en dat kunnen we maar een keer besteden.  Dus dat moeten we goed doen. Het gaat daarom altijd om die combinatie: betere kwaliteit én lagere zorgkosten. We hebben elkaar nodig om die combinatie te vinden en daarin zien we verzekeraars en zorginstellingen de laatste jaren naar elkaar toe komen. Het is steeds vaker de zorgaanbieder die tegen ons zegt: dat moeten we niet willen qua kosten.”

“Veranderen gaat nu eenmaal gepaard met kansen, uitdagingen en hobbels, die moeten we overkomen. Dat is normaal, dat hoort bij innoveren.”

De lezers van dit magazine zijn bestuurders en managers in de zorg, met name de VVT-zorg. Kunnen zij ook meedoen met initiatieven voor Zinnige Zorg? En zo ja, hoe?

Jenneke: “Iedereen met een goed idee kan dat indienen op onze site. Niet alleen alliantiepartners, maar elke zorgaanbieder. En je kunt ook altijd met een VGZ-inkoper contact opnemen.”

 

Charlotte: “Voorheen gingen inkoopgesprekken vooral over inkoop. Nu nemen we ook onze koffer met good practices mee. Daarvan zijn er ook een aantal op onze site te vinden. En we vragen ook: welke goede voorbeelden hebben jullie zelf?”

Inmiddels zijn meer verzekeraars initiatieven gestart die op Zinnige Zorg lijken. Wat vinden jullie daarvan?

Charlotte: “Dat juichen we toe, want zo kunnen we van elkaar leren. Als elke verzekeraar dit doet met twintig aanbieders dan krijgen we extreem veel innovatie in ons zorgstelsel. Daarin trekken we ook regelmatig samen op. Op het gebied van telemonitoring werken we bijvoorbeeld samen met CZ en meten we met gezamenlijke doelstellingen. De good practices zijn ook voor iedereen toegankelijk: voor VGZ leden maar ook voor de verzekerden van andere verzekeraars. Het overnemen van good practices door concullega’s stimuleert ons alleen maar om onszelf te blijven uitdagen. Om onszelf steeds af te vragen wat de volgende stap wordt.”

Nou, wat wordt de volgende stap?

Jenneke: “Initiatieven bij patiënten en cliënten ophalen. Laatst kregen we de vraag van een patiënt: is hier geen app voor? Mensen willen zelf ook liever zorg in hun thuissituatie dan in een instelling en denken daar graag over mee. De volgende stap is de patiënten- en cliëntenrevolutie.”

Good practices: voorbeelden van Zinnige Zorg in de praktijk

conny helder bestuurder tantelouise

‘Het zou goed zijn als we een beetje zenuwachtiger worden, want voor de ouderenzorgcrisis bestaat geen vaccin’

Een interview met Conny Helder, bestuurder tanteLouise

‘Het zou goed zijn als we een beetje zenuwachtiger worden, want voor de ouderenzorgcrisis bestaat geen vaccin’

Een interview met Conny Helder, bestuurder tanteLouise

Group 314

“Het afgelopen crisisjaar is nog maar eens heel duidelijk geworden dat we de zorg anders moeten organiseren. Er hoeft maar iets te gebeuren of alles loopt vast.” Aan het woord is Conny Helder, bestuurder van tanteLouise, initiatiefnemer van Anders werken in de Zorg en bestuurslid van ActiZ. En Conny Helder heeft haast.

“Het afgelopen crisisjaar is nog maar eens heel duidelijk geworden dat we de zorg anders moeten organiseren. Er hoeft maar iets te gebeuren of alles loopt vast.” Aan het woord is Conny Helder, bestuurder van tanteLouise, initiatiefnemer van Anders werken in de Zorg en bestuurslid van ActiZ. En Conny Helder heeft haast.

“In de zorg hebben we een mega-generatieprobleem. Je kunt nu al uitrekenen dat er niet genoeg jonge mensen zijn om de komende twintig jaar te zorgen voor een ouder wordende bevolking die een zinvolle levensinvulling zoekt. Je kunt nu al uitrekenen dat we bij tanteLouise over vijf jaar eigenlijk niet meer op vakantie kunnen, want mensen wonen bij ons. We moeten een weg vinden om warme zorg overeind te houden terwijl we dat met minder mensen moeten doen, die we niet kunnen overstrekken. Dus ja, ik ben ongeduldig.”

“Je kunt nu al uitrekenen dat we over vijf jaar eigenlijk niet meer op vakantie kunnen, want mensen wonen bij ons.”

De warme zorg overeind houden, wat is daarvoor nodig?

“We moeten een sterke, warme en goed geïnformeerde zorgketen vormen. Dat kan prima, mits we een aantal processen goed op orde krijgen. Op dit moment zijn we bezig met vier van die processen, waarbij we altijd werken vanuit de vraag ‘waar hebben we het meeste last van?’ Want dan zijn mensen meer geneigd met je mee te gaan.”

1. Medicatie: ‘Het medicatieproces is te lastig voor ons brein’
“Ken je het boek ‘To err is human’? Daarin wordt uitgelegd dat het maken van fouten inherent is aan ons brein. Het medicatieproces is typisch een proces dat te lastig voor ons brein. Daarom zorgt het medicatieproces in de zorg voor veel fouten. Automatiseren is de oplossing. Met een Augmented Reality-bril die je opzet tijdens het toedienen van medicatie, zie je het protocol dat je moet doorlopen. Dat werkt heel anders dan een protocol dat in je hoofd zit, waarbij je altijd wel iets vergeet. Of altijd wel iets moet opzoeken. En door elektronische toedieningsregistratie is het proces veel beter te controleren. Bij tanteLouise alleen al besparen we hiermee 220.000 dubbele controles per jaar à vijf minuten. Reken maar uit wat het op een grote locatie oplevert als je die vijf minuten eruit kunt halen. En wat het oplevert dat je het werk van anderen niet hoeft te onderbreken om iets te checken of vragen. Een succes dankzij het goede teamwork binnen onze organisatie en dankzij Jan-Kees van Wijnen, directeur Zorg en Behandeling, de kartrekker van deze innovatie.”

innovatie in de zorg 2

2. Incontinentie: ‘Daar kun je een nachtdienst of tussendienst mee besparen’
“Als continentiezorg beter geregeld is, zijn mensen rustiger en kunnen medewerkers planmatiger werken. We hebben gezien dat je met slim incontinentiemateriaal echt een nachtdienst of tussendienst kunt besparen. Dat brengen we overigens niet als een bezuiniging, maar we zeggen: als we die vacature in toekomst niet kunnen invullen, dan hebben we in elk geval geen probleem.”

3. Vallen: ‘75% minder heupfracturen door slimme vloer en heupairbag’

“Een slimme vloer meet iemands looppatronen realtime en slaat alarm als er iets in het looppatroon verandert. Dan kunnen we onderzoeken wat er aan de hand is en maatregelen treffen. Is er iets veranderd in de medicatie? Is die persoon ziek? Maar we kunnen iemand ook een heupairbag geven. Daarmee hebben we in onze laatste trial een reductie van 75% aan heupfracturen gerealiseerd. Bedenk eens welke ellende een cliënt en de familie daarmee bespaard wordt. Reken eens uit hoeveel ziekenhuisopnames, operaties en Prisma-analyses daarmee bespaard worden. Heel veel werk dat we nu niet meer hebben. In deze covid-tijd is het toch fijn dat een stuk reguliere zorg door kan gaan omdat je op die manier een spoedoperatie kunt voorkomen? De winst voor de BV Nederland is enorm.”

4. Expertise zonder afstand: ‘Procesmomenten meteen afhandelen en meer leermomenten in de praktijk’

“Jaren geleden pikte ik dit inzicht op tijdens een praatje van een adviseur van Obama. Die liet zien dat zorgprofessionals tot driekwart van hun tijd bezig zijn om elkaar op te zoeken voor het uitwisselen van informatie. Drie keer terugbellen. Net niet de goede informatie bij de hand hebben als je elkaar eindelijk wel spreekt. Artsen die van hun standplaats naar een cliënt op locatie moeten om even mee te kijken; en weer door naar een consult met een volgende cliënt op een andere locatie. Daar kunnen we nog ontzettend veel winnen, want het zorgt voor heel veel verspilling van tijd waarin we onze expertise niet aanwenden.”

“Het is net als bij IT-projecten: je moet eerst je proces op orde hebben en dan pas automatiseren. Zo werkt het bij innovatie ook.

“Bij ‘Expertise zonder afstand’ gebruiken we een Augmented Reality-bril, net als bij het medicatieproces. Degene die ergens verstand van heeft, kan precies op het juiste moment heel even meekijken bij een handeling van een verzorgende. Of actief meedoen met een spreek-luisterverbinding. Daardoor is een procesmoment meteen afgehandeld, zonder ruis. Dat levert geruststelling op bij de familie en ontspanning bij de verzorgende. Tegelijkertijd vergroot dit het aantal leermomenten in de zorg. Niet iedere verzorgende kan bijvoorbeeld een wondbehandeling uitvoeren op niveau van een wondexpert. Hoe mooi is het dat zo’n wondexpert nu op 17 locaties tegelijk aanwezig kan zijn? Dat contact levert een multipliereffect op door al die korte leermomenten in de praktijk.”

innovatie in de zorg

Hoe pak je dit soort innovaties aan? En wat kunnen andere zorgorganisaties van jullie aanpak leren?

“Het is net als bij IT-projecten: je moet eerst je proces op orde hebben en dan pas automatiseren. Zo werkt het bij innovatie ook. Wij werken volgens het innovatiemodel van Vilans, dat onderscheid maakt tussen verschillende fases. In de verkennende fase gaan we het probleem onderzoeken. Gaan we naar de implementatiefase toe, dan willen we een harde business case hebben. Anders ga je alleen maar geld uitgeven en steek je meer tijd in de innovatie zelf dan die uiteindelijk oplevert. Dat is het moment waarop we zeggen: nú moeten we een besparing hebben in arbeidskracht. Liefst met een gelukkige medewerker en een betere kwaliteit van leven tot gevolg, maar altijd met de harde eis: kan het met minder mensen? Alleen dan kunnen we innovatie verzilveren. Dus alleen dan gaan we ermee verder bij Anders werken in de Zorg. En alleen dan heeft het zin dat anderen ermee verder gaan.”

 

Kortom: andere zorgorganisaties kunnen hun voordeel doen met de door jullie bewezen business cases?

“Ja, dat is de beweging die we met Anders werken in de Zorg op gang wil brengen. Want alleen als we het samen doen, kunnen we die druk van de arbeidsmarkt af krijgen. Dat is ook in ons eigen belang.”

 

Hoe is het initiatief Anders werken in de Zorg tot stand gekomen?

“Toen ik bij tanteLouise kwam, was er net een project afgerond om mensen met dementie te stimuleren langer zelfstandig te blijven. Met goede resultaten; mensen bleken langer in staat hun eigen koffie te zetten en hun eigen boodschap te doen in plaats van weg te kwijnen. Toen kwam het besef: dit moeten we anders gaan doen, ook als mensen nog niet bij ons zijn. Want we zagen ook dat er thuis al jaren verloren gingen aan het afremmen van dementie. Het besef: in de keten hebben we elkaar nodig, we moeten het samen anders gaan doen. Toen hebben we besloten voorbeelden te gaan maken en die uit te dragen. Eind 2018 kwamen er transitiegelden vanuit het zorgkantoor beschikbaar om samenwerking in de regio te onderzoeken. Een deel daarvan zijn we gaan besteden binnen het innovatieprogramma van tanteLouise, dat is doorgegroeid naar Anders werken in de Zorg. En inmiddels is het ook bovenregionaal gegroeid. Na West-Brabant zijn ook organisaties in Friesland ermee aan de slag gegaan, binnenkort beginnen we in Midden-Brabant en ook vanuit Zeeland is er belangstelling. Zo komt er een accelerator op gang, want vanuit die regio’s komen ze ook weer terug met projecten.”

Wat zie je als jouw belangrijkste uitdaging op dit moment?

“De financiering voor zorginnovatie na 2021. We moeten blijven innoveren, want het arbeidsmarktprobleem gaat niet weg. En we moeten ook met de rest van Nederland in discussie hierover, want we kunnen het niet met de zorg alleen. De zorgkloof tussen aanbod en vraag is zo groot dat mensen zelf meer verantwoordelijkheid moeten gaan nemen. Het is goed dat we hier vanuit verschillende tafels over nadenken en op verschillende manieren naar kijken. Zelf werk ik vanuit tanteLouise en ActiZ op ‘we komen een heel eind maar kunnen niet de hele kloof dichten’. Want we zitten nu nog midden in een covid-crisis, maar de volgende crisis komt eraan. De ouderenzorgcrisis.

“Je moet het nooit alleen doen. Zelf heb je altijd blinde vlekken. Je wilt graag dat iets er komt, dat het lukt. Maar soms moet je ook afscheid kunnen nemen van een bepaalde denkrichting.”

Heb je nog een laatste tip voor zorgorganisaties die zelf met innovatie aan de slag gaan om grip te krijgen op het arbeidsmarktprobleem in de zorg?

“Goed je tempo bepalen, planmatig werken en wendbaar zijn. Niet verwachten dat je binnen vijf maanden van een eerste idee tot de uitvoering komt. Maar ook durven ophouden als iets niet werkt. En je moet het nooit alleen doen. Zelf heb je altijd blinde vlekken. Je wilt graag dat iets er komt, dat het lukt. Maar soms moet je ook afscheid kunnen nemen van een bepaalde denkrichting. Daarom heb je een divers team nodig. Mensen die alles leuk vinden en gas geven, maar ook mensen die lastige vragen stellen. Hoe betalen we dit? Wat levert het nou echt op? Het enige dat ze allemaal gemeen moeten hebben is dat ze het grote probleem zien en daar iets aan willen doen.”

innovatie in zorginstellingen
Group 305

Tips voor meer grip!

Group 314@2x

Heb eerst je proces op orde, voordat je gaat automatiseren.

Group 315@2x

We hebben elkaar nodig, we moeten het samen anders doen.

Group 316@2x

Durf een project te stoppen als blijkt dat het niet werkt.

Group 317@2x

Stel een team samen met verschillende mensen die elkaar versterken.

tips voor meer grip 5

Goed je tempo bepalen, planmatig werken en wendbaar zijn.

Ook aan de slag met slim
incontinentiemateriaal?

Check of uw organisatie er klaar voor is.

interzorg
interzorglogo

Facilitaire taken uitbesteden?

Interzorg kiest voor veel in eigen beheer!

In gesprek met facilitair professional Simon Wachtmeester

Facilitaire taken uitbesteden?

Interzorg kiest voor veel in eigen beheer!

interzorglogo
Group 314

Sinds de coronacrisis staat de facilitaire organisatie binnen veel zorginstellingen volop in de belangstelling. Met name vanwege de rol die hygiëne speelt bij infectiepreventie. Maar de facilitaire organisatie draagt ook in andere opzichten bij aan de kwaliteit van onze zorg.

Sinds de coronacrisis staat de facilitaire organisatie binnen veel zorginstellingen volop in de belangstelling. Met name vanwege de rol die hygiëne speelt bij infectiepreventie. Maar de facilitaire organisatie draagt ook in andere opzichten bij aan de kwaliteit van onze zorg.

Hoe kun je met de facilitaire organisatie bijdragen aan grip op goede zorg? We gaan erover in gesprek met teamleider INNService Simon Wachtmeester, die verantwoordelijk is voor de facilitaire dienstverlening op een van de negen locaties van Interzorg én voor de centrale wasserij en linnenvoorziening van de zorgorganisatie.

Hoe is de facilitaire organisatie bij Interzorg ingericht?
“Via INNService, een aparte dienst binnen de organisatie, waarbij INN staat voor Interzorg Noord-Nederland. Daarmee houden we vrijwel alles in eigen beheer. De schoonmaak, de keuken, de wasserij. Het is echter geen doel op zich om zoveel mogelijk in eigen beheer te houden. We willen daarentegen wel de beste dienstverlening bieden die past bij de wensen van onze cliënten. Uit ervaring weten we dat we daaraan beter kunnen voldoen wanneer de facilitaire organisatie in eigen beheer is..”

“Medewerkers van de keuken auditeren de wasserij en andersom.”

Je zegt ‘vrijwel’ alles in eigen beheer. Wat besteden jullie wel uit?

“Alleen het logistieke deel, meer niet. Het vervoeren van de schone en vuile was, het transport van eten en drinken en de distributie van incontinentiemateriaal. Vanuit onze MVO-visie doen we dat laatste samen met Vanboeijen, waar mensen werken met een afstand tot de arbeidsmarkt.”

Zijn jullie daarin anders dan anderen?

“Dat weet ik wel zeker. Over het algemeen zijn zorgorganisaties meer bezig met het outsourcen van werkzaamheden dan andersom. Terwijl veel collega-instellingen het best wel zouden willen hoor. Terug naar een eigen keuken. Terug naar een eigen wasserij. Maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Vorig jaar hebben we de sleutel gekregen van ons nieuwe servicecentrum, maar daartoe hebben we een flink traject moeten afleggen.”

simon wachtmeester
simon wachtmeester

Waar begint zo’n traject?

“Bij ons begon het ooit met de gedachte om dieetvoeding ‘natuurlijk lekker’ te maken. Terug naar vers, terug naar streekgebonden, met een korte inkoopketen. Want we zagen dat er voor vijftigduizend euro per jaar aan dieetvoeding in de gootsteen verdween. Uiteindelijk leidde dat tot de ontwikkeling van een eigen productlijn in 2016.”

“Vervolgens bedachten we: eigenlijk is het raar om alleen natuurlijk lekker te koken voor mensen met een dieetbehoefte. Waarom zouden we dat niet bij de reguliere maaltijden doen? Zo is de eigen keuken ontstaan. Daarna hebben we de was en de schoonmaak in eigen beheer genomen. Zo kregen we de hele begane grond van het servicecentrum ingevuld.”

“Toen zijn we ook vastgoedtechnisch gaan kijken. Op de zorglocaties hadden we veel ruimte voor kantoormedewerkers, de bedrijfsarts et cetera. Dure vierkante meters. Zo ontstond het idee om een verdieping op het pand te zetten voor kantoormedewerkers. En daarmee de vierkante meters op de zorglocaties te verminderen en de vastgoedkosten te verlagen. Op die manier hebben we, vanuit een behoefte aan meer grip op kwaliteit, uiteindelijk ook meer grip op onze kosten gekregen.”

“Met meer grip op kwaliteit hebben wij ook meer grip op onze kosten gekregen.”

zorg voor beter

Inderdaad een flink traject. Hoe is het jullie gelukt om het allemaal van de grond te krijgen? Waarmee maak je het verschil?

“Lef. Durf. Het is ook niet zonder slag of stoot gegaan. Na het uitschrijven van onze ideeën zijn we in gesprek gegaan met het bestuur en de cliëntenraad. Door iedereen constant mee te nemen in dit traject, heeft het zich steeds verder ontwikkeld met een prachtig plan als resultaat. Dat wordt gedragen door alle betrokkenen.”

 

“Een belangrijk moment in het hele proces was een beleidsdag waarin we onze plannen zouden presenteren aan de organisatie. We begonnen de dag met het serveren van een welkomstdrankje. En later, tijdens onze presentatie, onthulden we ons idee om in een eigen keuken dieetvoeding te gaan bereiden. Daarbij grepen we terug op het welkomstdrankje dat iedereen had gehad. Dat was namelijk de dieetvoeding die we destijds dagelijks aan onze cliënten gaven. We vroegen de aanwezigen wie het drankje lekker had gevonden. Niemand.”

“Zo confronteerden we de organisatie ermee dat cliënten dit dus ook niet lekker vinden. Dan krijg je de vraag: kan dat ook anders? Dan staan mensen open voor verandering. Dan krijg je de handen op elkaar voor je plannen.”

Zijn er, behalve zo min mogelijk uitbesteden, nog andere dingen die jullie binnen de facilitaire organisatie doen om grip op de kwaliteit van jullie dienstverlening te krijgen?

“Enige tijd geleden zijn we gestart met de TWI-methode: Training Within Industry. Dat is een methode voor het standaardiseren van werkzaamheden die uitgaat van het principe ‘vier keer voordoen, vier keer nadoen’.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?

“Hoe maak je een toilet schoon? Met TWI als trainingsstandaard doe je het de eerste keer alleen voor. Bij de tweede keer leg je daarnaast ook uit waarom je het doet. Bij de derde keer benoem je wat je allemaal doet. En bij de vierde keer vertel je hoe je het precies doet. Daarna laat je het de medewerker doen. Ook weer vier keer.”

“Hetzelfde geldt voor het vouwen van kleding. Voorheen had elke locatie zijn eigen vouwtechniek. Maar als je het op één manier doet, is het overzichtelijker voor cliënten en zorgmedewerkers. Het past beter in de kast, het stapelt mooier. Dat draagt bij aan de kwaliteit die je levert. Het is ook efficiënter qua transport en makkelijker werken op de locaties. Dus toen we de centrale wasserij begonnen, hebben we daar ook één methode voor ontwikkeld.”

ouderen zorg facilitair

En hoe borgen jullie de kwaliteit vervolgens?

“Met audits. Verschillende medewerkers zijn daar speciaal op getraind. Degenen die in de keuken werken, komen de wasserij auditeren en andersom.”

Hygiëne is niet alleen een taak van de facilitaire organisatie, in de vorm van schoonmaak, maar ook een belangrijk aspect van de zorg in het algemeen. Hoe hebben jullie daarin de rolverdeling tussen facilitair medewerkers en de zorgmedewerkers geregeld?

“Het is ons gezamenlijke doel dat iemand zijn of haar leven kan voortzetten op zijn of haar eigen manier, in een veilige, nette en schone leefomgeving. Op elke locatie verzorgen wij daartoe één keer per week de professionele schoonmaak. Maar cliënten gaan de hele week naar de wc, dus we kunnen niet zonder elkaar. Daarom kijken we ook welke kleine schoonmaaktaken zorgprofessionals kunnen meenemen als ze toch bij een cliënt zijn. De natte cel netjes achterlaten na het douchen bijvoorbeeld. Of na het verlenen van ADL-zorg even kijken hoe het met het prullenbakje zit.”

wasserij

Zijn zorgprofessionals zich bewust van de rol die ze spelen in dat hygiënestuk?

“Ja, zeker sinds corona. Handen wassen, desinfecteren, een deurklink extra meenemen. We hebben allemaal enorm veel last van corona, maar op dit punt helpt het de bewustwording te versterken.”

 

Op welke manier kunnen leveranciers als Abena jullie helpen bij het krijgen van grip op goede zorg?

“Wij zoeken geen verkopers, maar partners. Wij willen werken met partijen die meezoeken naar oplossingen. Kijk naar het scheiden van afval. Dat is bij ons ontstaan vanuit onze duurzame visie en nu zijn we met Abena in gesprek over de recycling van incontinentiemateriaal. Dat is overigens nog in een prille fase.”

Wat zijn daarin de grootste uitdagingen?

“Op de eerste plaats bewustwording. Thuis vinden we het normaal om GFT in de bak te gooien en oud papier te verzamelen. Maar op ons werk doen we het niet. Dan is de vraag: waarom niet? Omdat het voelt als een extra handeling? Omdat je tien meter verder moet lopen? Omdat er heel veel in die grote grijze afvalcontainer kan, die ook nog eens twee keer per week wordt geleegd? Wij kunnen het wel bedenken met onze laptop voor onze neus. Maar medewerkers moeten het zelf gaan willen en zelf gaan doen.”

“Daarnaast loop je tegen praktische zaken in de uitvoering aan. Want ik kan wel willen scheiden, maar als het vervolgens toch in een oven voor restafval verdwijnt, waar doe ik het dan voor? En het zorgt ook voor extra kosten, dus ik moet het goed kunnen motiveren. Door te kijken of je het kunt wegstrepen tegen de kosten die je ermee bespaart op restafval. Of door te laten zien dat je daarmee een betere wereld creëert. Want dat is ook belangrijk voor Interzorg. Dat is wat ik bedoel met onze duurzame visie. We zijn er niet alleen voor onze ouderen, maar willen ook bijdragen aan een wereld waarin onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen een goed bestaan kunnen hebben.”

“We hebben allemaal enorm veel last van corona, maar op het punt van hygiëne helpt het de bewustwording te versterken.”

Group 305

Tips voor meer grip!

Group 314@2x

Neem alle betrokkenen mee in het traject zodat het door iedereen gedragen wordt.

Group 315@2x

Standaardiseer werkzaamheden, ontwikkel één methode, doe het voor en leg uit waarom.

Group 316@2x

Werk met partijen die niet alleen verkopen, maar meezoeken naar een oplossing.

Group 317@2x

Gedragsverandering lukt als medewerkers het zelf willen en zelf gaan doen.

tips voor meer grip 5

Kijk welke kleine schoonmaaktaken zorgprofessionals kunnen meenemen als ze toch bij een cliënt zijn.

Grip op werkdruk, kosten

en kwaliteit van zorg. 

Wilt u van gedachte wisselen of uw inzichten delen?

carintreggeland zorgaanbieder
verpleeghuiszorg wijkverpleging en Wmo voorzieningen

De regie bij de cliënt

Als je echt de regie bij de cliënt legt, kan je misschien wel twintig procent van de zorgvraag wegnemen’

carintreggeland zorgaanbieder

De regie bij de cliënt

Als je echt de regie bij de cliënt legt, kan je misschien wel twintig procent van de zorgvraag wegnemen

Group 8337

In beleidsstukken en discussies over de toekomstbestendigheid van ons zorgstelsel gaat het veel over zelfregie. Maar hoe geef je als zorgorganisatie invulling aan zelfregie? En hoe breng je de cultuurverandering tot stand die daarvoor nodig is? 

We spreken erover met Heidi de Bruijn en Jeroen Kleinjan, die samen de Raad van Bestuur van Carintreggeland vormen.

In beleidsstukken en discussies over de toekomstbestendigheid van ons zorgstelsel gaat het veel over zelfregie. Maar hoe geef je als zorgorganisatie invulling aan zelfregie? En hoe breng je de cultuurverandering tot stand die daarvoor nodig is? We spreken erover met Heidi de Bruijn en Jeroen Kleinjan, die samen de Raad van Bestuur van Carintreggeland vormen.

Onder het motto ‘waardevol leven, waardevol werken’ biedt Carintreggeland verpleeghuiszorg, wijkverpleging en Wmo-voorzieningen in de hele regio Twente, evenals zorg op afstand via een zorgsupportcentrum. De bestuurders van Carintreggeland hebben een fifty-fifty taakverdeling, waarbij Heidi HR, kwaliteitszorg en het leerhuis voor haar rekening neemt en Jeroen IT, financiën en vastgoed. 

Technologie is een middel, de kijk op zorg moet veranderen

Hoewel Jeroen IT in zijn portefeuille heeft, benadrukt hij dat technologie voor hem niet zaligmakend is als het gaat om zorginnovatie. Integendeel: “Het is een middel. Voor ons is het belangrijkste dat de kijk op zorg moeten veranderen. Wat wij noemen het medische model, waarin de hele zorg in Nederland is opgegroeid.”

Af van het medische model, op naar een ondersteunende rol

“Dat medische model is nog steeds het model waarmee we in Nederland opgroeien”, vervolgt hij. “Je wordt verzorgende of verpleegkundige, dus jij moet zorgen voor die cliënt. Maar wij denken dat het zo langzamerhand echt nodig is dat een cliënt vooral voor zichzelf zorgt en dat je daarin ondersteunt. Een ondergeschiktere rol. Niet minder belangrijk, misschien zelfs wel belangrijker. Maar de regie moet bij de cliënt liggen.”

“Samen met zestig enthousiaste medewerkers kijken we hoe we die 4.200 andere collega’s meenemen in ons gedachtegoed van anders werken.”

Een soort automatisme: ‘de zuster weet wel wat goed voor me is’

Zijn cliënten ook al toe aan die eigen regie? Heidi: “Een grote groep is daar echt niet mee bezig, die vinden het prima dat er voor hen gezorgd wordt. Maar we merken ook dat steeds meer mensen blij zijn dat er een beroep op henzelf gedaan wordt. Zeker mensen die nog in hun eigen huis wonen. Die zijn heel blij met meer eigen regie, bijvoorbeeld doordat ze bepaalde technologie krijgen aangeboden. En dat wij ze daarmee leren omgaan. Zodat ze zelf kunnen bepalen wanneer ze die kousen kunnen aandoen of die medicijnen moeten nemen. Wel is er nog steeds een soort automatisme. Dat mensen denken ‘ik kan het niet meer, dus ik heb hulp nodig – en de zuster of broeder weet wel wat goed voor me is’. Wij hebben met z’n allen de taak om dat om te draaien.”

Twintig procent van de zorgvraag wegnemen

“Daar gaan ook veel discussies over bij ons”, vult Jeroen aan. “Want niemand doet iets verkeerd. Sterker nog, het is fantastisch hoe hard iedereen werkt. In coronatijd zie je maar weer dat mensen zichzelf op het tweede plan zetten en gewoon gaan voor de cliënt. Mede daarom is het een lastige boodschap. En toch is dat volgens ons het enige antwoord: dat het anders moet. Want als je echt de regie bij de cliënt legt, zou je wel eens zo’n twintig procent van de zorgvraag kunnen wegnemen. En dan hebben we eigenlijk ook nauwelijks meer een arbeidsmarktprobleem.”

Luisteren naar collega’s en iedereen meenemen in het nieuwe gedachtegoed

Hoe zorg je ervoor dat medewerkers die noodzaak gaan ervaren? Heidi: “Wij hebben de afgelopen jaren heel goed geluisterd naar onze collega’s. Wat hebben jullie nodig om je werk goed te kunnen doen? En we hebben twee keer per jaar een Carintreggeland-café, waarin we allerlei thema’s bespreken met een dwarsdoorsnee van de organisatie. Op dit moment kijken we met een groep van 60 enthousiaste medewerkers hoe we al onze 4.200 andere collega’s kunnen meenemen in ons gedachtegoed van anders werken.”

Corona als eye-opener

Daarnaast zorgde corona voor een eye-opener, vervolgt ze: “In december was het bij ons heel spannend omdat we veel uitbraken hadden. Collega’s die zelf ziek waren of in quarantaine moesten. We hebben dat moment van urgentie aangegrepen om aan te geven: het kan best dat we over vijf jaar elke dag zo moeten werken. Onder deze druk, met zo weinig collega’s. Dat heeft bij veel mensen het idee tastbaar gemaakt dat we op een andere manier naar zorg moeten kijken.”

“De schaamte die mensen hebben als ze iets niet snappen, moet eraf. Je moet juist zeggen: het is knap en stoer als je zegt dat je iets niet weet.”

Verwachtingspatroon bij cliënten veranderen

Het is ook zaak het verwachtingspatroon bij cliënten te veranderen, ziet Jeroen: “Er zijn mensen die zeggen: ‘ik heb zestig jaar premie betaald – nu heb ik recht op zorg ook’. Maar we hebben de menskracht straks niet meer om structureel op de huidige manier zorg te blijven bieden. Daar zijn we ook op regionaal niveau mee bezig. Met gemeentes, zorgverzekeraars en collega’s in de keten. Want als een huisarts of een gemeente zegt ‘u kunt Carintreggeland bellen, die regelt alles voor u’, dan is het probleem al ontstaan. Samen moeten we duidelijk maken dat je meer zelf moeten organiseren. Dat we niet langer bij je thuis komen om je steunkousen aan te trekken als je dat met bepaalde hulpmiddelen ook zelf kunt. Of dat je moet wennen aan het idee dat iemand je via beeldbellen ondersteuning geeft.”

 

De rol van de mantelzorger en de communicatie binnen de zorgketen

Voor meer eigen regie moet je dus ook kijken naar de rol van de mantelzorger, benadrukt Jeroen. Én naar de communicatie binnen de zorgketen. “Veel gedoe voor mantelzorgers is nu het gevolg van een zorgketen die elkaar onvoldoende verstaat. Doordat ze te weinig onderdeel zijn van het totale ketenproces, missen ze dingen en ontstaat er onduidelijkheid. Wat moet je doen als iemand uit het ziekenhuis ontslagen wordt? Men gaat er vanuit dat iedereen het wel weet. Maar dat is niet zo. Dan gaan mensen toch de huisarts maar bellen. Of de wijkverpleging. Door een betere overdracht van gegevens en meer gezamenlijke communicatie, is nog veel tijd te winnen.”

 

Tijdwinst in de keten door afspraken met ziekenhuizen: een olievlekeffect

Heidi ziet dat overigens al daadwerkelijk gebeuren: “We hebben bijvoorbeeld afspraken met ziekenhuizen. Dat de wijkverpleegkundige vóór een operatie komt kijken wat iemand straks nodig heeft in de thuissituatie. Dat levert tijdwinst op, ook in de keten. Doordat iemand eerder naar huis kan omdat je vooraf al dingen hebt kunnen regelen. Maar ook doordat je in het ziekenhuis bepaalde handelingen aangeleerd krijgt, waarmee je thuis weer sneller je eigen zelfstandigheid terug hebt. Dit gebeurt nu nog op te kleine schaal. Maar het zijn mooie voorbeelden, die ook echt werken en waarvan onze professionals heel blij worden. Die vinden dat fantastisch. Daardoor krijg je een olievlekeffect en gaan anderen dat ook overnemen.”

“Als cultuur vraagt om technologie, dan gaat het veel harder dan omgekeerd.”

zorginstellingen hulp

Digitaal tenzij en mobiel tenzij

Over de manier waarop je die supervisie door het ziekenhuis en die ondersteuning door de wijkverpleging het beste kunt faciliteren is Jeroen duidelijk: “Digitaal tenzij én mobiel tenzij. Met plaatsonafhankelijke informatie, zodat medewerkers overal kunnen handelen. Dat begint nu een plek in onze organisatie te krijgen, maar onze collega’s moeten zelf de voordelen gaan ervaren van het werken met een iPad of een laptop bij de cliënt. Dat je niet meer per se terug hoeft naar kantoor om je administratie op een desktop te doen. Het hangt heel erg af van wat wij faciliteren om dat makkelijk te maken, want niet elke zorgmedewerker ervaart het nog zo.”

Hulp van digicoaches en fouten mogen maken

Medewerkers leren omgaan met technologie is daarin een belangrijk aandachtspunt volgens Heidi: “Bijna alle collega’s hebben bij ons een laptop, telefoon of iPad van het werk. Iedereen kan plaatsonafhankelijk zijn of haar werk doen. Maar niet iedereen is daar even handig in, ook al gaan we daar soms wel vanuit. En dat is niet leeftijdsgebonden. Wij werken daarom met digicoaches, eigen medewerkers die we speciaal daarvoor hebben opgeleid. We merken dat collega’s hierdoor veel laagdrempeliger hulp inschakelen. Want de schaamte die mensen hebben als ze iets niet snappen is groot. Dat moet eraf. Je moet juist zeggen: het is knap en stoer als je zegt dat je iets niet weet. Wij zeggen: Je mag en moet eigenlijk soms wel eens fouten maken, want anders ontwikkel je niet. Bij ons is leren echt belangrijk. Alles wat wij doen in de organisatie, moet bijdragen aan ‘waardevol leven en waardevol werken’. Dat is heel erg geland bij iedereen die bij ons werkt.”

Uiteindelijk gaat het om de cultuur

Waarmee Jeroen weer terugkomt op zijn uitspraak aan het begin van dit interview; dat technologie maar een middel is. Dat het uiteindelijk gaat om de kijk op zorg: “De techniek, die is er wel. Maar als cultuur vraagt om technologie, dan gaat het veel harder dan omgekeerd.”

Group 305

Tips voor meer grip!

Group 314@2x

Technologie is niet zaligmakend, het is een middel om tot een innovatie te komen.

Group 315@2x

Help cliënten met het omdenken van vragen naar zelf oplossen.

Group 316@2x

Luister naar je collega’s en maak thema’s bespreekbaar.

Group 317@2x

Maak het groeiende tekort aan zorgprofessionals tastbaar.

tips voor meer grip 5

Een betere communicatie in de zorgketen zorgt voor minder onduidelijkheid en meer tijdwinst.

Grip op werkdruk, kosten

en kwaliteit van zorg. 

Wilt u van gedachte wisselen of uw inzichten delen?

COLUMN
Rob Basjes / directeur Abena Healthcare

Nachtelijke zorgen

rob basjes directeur abena

In de nacht verricht ik tegenwoordig mijn zorgtaken. Nee, ik werk niet als zorgverlener en ben ook geen mantelzorger, maar midden in de 1e Coronagolf is mijn zoon Tom geboren. Dus nu geef ik regelmatig ’s nacht de fles en moet ik hem soms verschonen. Op zo’n moment kan ik me een klein beetje voorstellen hoe het is om cliënten in een verpleeghuis of VG-instelling te moeten verschonen die als gevolg van te laat verschonen van incontinentieverband in een nat bed liggen of natte kleding hebben. Het respect dat ik al had voor zorgmedewerkers, is daardoor alleen maar groter geworden.

Regelmatig kan ik na de flesvoeding in de nacht de slaap niet meer vatten. Mijn hoofd zit vol. Hoe kunnen we de zorg helpen met hun uitdagingen? En in deze tijd natuurlijk de zorg voorzien van de juiste beschermingsmiddelen tegen Corona. Ik droom nog net niet van mondmaskers, handschoenen en isolatiejassen. Maar ik voel wel de verantwoordelijkheid dat de zorgmedewerker goed beschermd zijn of haar werk kan doen.

Als ik naar mijn zoon Tom kijk, besef ik me bovendien waarom ik bij een organisatie werk die écht een steentje – of eigenlijk wel een grote steen – wil bijdragen aan de kwaliteit van zorg in ons land. Ik wil bijdragen aan een goede wereld en goede zorg in het bijzonder, zodat iedereen goede zorg kan krijgen en later mijn kinderen en kleinkinderen ook.

Het kan en het moet Anders

De plotselinge Coronacrisis heeft ons allemaal wakker geschud. Verandering is normaal gesproken een proces van jaren. Maar nu is de wereld in korte tijd compleet veranderd. De zorg staat op scherp, maar dit leidt ook tot enkele positieve effecten. Want er was en is verandering nodig. We zien dat beeldbellen en andere eHealth oplossingen ineens wel omarmd kunnen worden en dat technologie ons kan helpen bij het verlenen van goede zorg. We moeten anders denken om te kunnen voldoen aan de tsunami aan zorgvraag die, niet alleen nu, maar ook de aankomende 10 jaar op ons afkomt.

Zorginstellingen als tanteLouise en Philadelphia zijn mooie voorbeelden van organisaties die weten dat anders werken een noodzaak is. Ze hebben niet alleen een visie op verandering, maar laten in de praktijk ook daadwerkelijk zien dat het kan. Gelukkig zie ik bij steeds meer zorgorganisaties de wil en goede plannen om te veranderen.. De wil om innovatie echt te omarmen en daarbij de hele organisatie in mee te nemen.

Over verandering gesproken: we zien bij Abena dat onze rol als leverancier ook aan het verschuiven is. We worden steeds meer partner in kwaliteit van zorg en gesprekspartner in de transitie die nodig is in de zorg. Het gaat niet meer alleen om de kwaliteit van onze producten; dat is iets wat men al lang van ons verwacht. Het gaat meer en meer om de kennis en kunde van het zorgproces die onze mensen brengen en om de kwaliteit van leven en werken in de zorg te verhogen.

Leveranciers, zorgkantoren, instellingen, thuiszorgorganisaties, zorgverzekeraars, adviseurs, de consument – we zitten met elkaar op dezelfde boot. We moeten naar elkaar luisteren, van elkaar durven leren en elkaar helpen om Anders Werken te omarmen en waar nodig technologie voor ons te laten werken. Want alleen dan krijgen we grip op de grote uitdagingen die voor ons liggen: het verbeteren van de kwaliteit van leven en werken in de zorg, het beheersbaar houden van de kosten en het besparen van tijd. Uitdagingen die ons allemaal raken en waar we grip op moeten krijgen om aan de toekomstige zorgvraag te kunnen voldoen.

De crisis lijkt dat besef te hebben versterkt en van die gedachte slaap ik vanavond vast een stuk beter. Dus misschien moet ik de wekker maar eens zetten voor mijn nachtelijke Tom-time…

Rob Basjes.

“Als je met de beste intenties, initiatief neemt, lukken dingen vaak!”

Jethro Hardeman eigenaar van innovatiestarters.nl ging
in gesprek met Rob Basjes over hoe het kan dat Abena zo succesvol is met de implementatie van slim incontinentie-materiaal. Luister de podcast van Jethro Hardeman over ondernemen in de zorg via Spotify of iTunes:

inkopen in coronatijd 's heeren loo

In gesprek met de inkopers van ’s Heeren Loo

Inkopen in coronatijd – 

inzichten uit de praktijk

Inkopen in coronatijd – 

inzichten uit de praktijk

In gesprek met de inkopers van ’s Heeren Loo

Group 314

Niet alleen voor zorgmedewerkers, maar ook voor inkopers in de zorg is het in coronatijd stevig aanpoten. Zeker de eerste maanden waren hectisch, door de grote schaarste aan beschermingsmiddelen. We kijken terug op deze periode met Hester van Bethlehem, Sieger Withaar en Naeljoe Latumahina van ’s Heeren Loo.

Niet alleen voor zorgmedewerkers, maar ook voor inkopers in de zorg is het in coronatijd stevig aanpoten. Zeker de eerste maanden waren hectisch, door de grote schaarste aan beschermingsmiddelen. We kijken terug op deze periode met Hester van Bethlehem, Sieger Withaar en Naeljoe Latumahina van ’s Heeren Loo.

hester van bethlehem inkoper s heeren loo

Tactisch inkoper Hester van Bethlehem is binnen ’s Heeren Loo verantwoordelijk voor de inkoop ten behoeve van het primaire proces. In die hoedanigheid staat ze al sinds het begin van de coronacrisis in de frontlinie als het gaat om de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen.

naeljoe latumahina inkoper s heeren loo

Naeljoe Latumahina kwam dit voorjaar in dienst bij ’s Heeren Loo. Hij maakt als junior inkoper deel uit van het coronacrisisteam en is het aanspreekpunt voor verschillende zorgregio’s. Daarbij kan hij gebruik maken van zijn ervaring in de facilitaire wereld.

sieger withaar inkoper s heeren loo

Tactisch inkoper Sieger Withaar switchte vorig jaar naar ICT-inkoop, maar hield zich daarvoor jarenlang bezig met het primaire proces en het centraliseren van de inkoop. Ook hij maakt daarom deel uit van het coronacrisisteam van ’s Heeren Loo.

Het doel van dit magazine is om inzichten te delen waarmee zorgorganisaties meer grip krijgen op zorgkwaliteit, zorgtijd en zorgkosten. Op welke manier kan een inkoopafdeling daar een bijdrage aan leveren? En kunnen leveranciers daar een bijdrage aan leveren?

Naeljoe: “In de samenwerking met leveranciers moet het niet alleen gaan over prijzen, maar ook over de kwaliteit van dienstverlening en de waarde die ze aan onze organisatie toevoegen. Op basis van prijs is ieder contract eindig, want op een gegeven moment kun je niet lager zakken dan laag.”

Sieger: “Wij moeten onze focus op zorg hebben en ons daarbij laten ondersteunen door de expertise van leveranciers. Ik verwacht van een leverancier dat die zichzelf de vraag stelt: hoe gaan mijn klanten met mijn producten om, hoe gebruiken ze die? Je kunt wel aan leveranciers vragen om hun producten goedkoper te leveren, maar ik heb liever dat hun productspecialisten bij ons komen kijken waar wij nog dingen kunnen verbeteren. Als je dat doet kun je namelijk écht kosten besparen.”

Je contacten op een creatieve manier inschakelen, centraal aansturen en herverdelen, het gebruik monitoren… Zijn er nog andere redenen waarom het bij jullie relatief goed gelukt is om deze situatie te managen? Inzichten waar andere zorgorganisaties mogelijk iets aan hebben?

Hester: “Aan de interne communicatie blijven denken.”

Naeljoe: “Dat heeft geholpen om de rust te bewaren. Berichten vanuit het crisisteam, om duidelijk te maken dat er geen tekorten waren, maar ook vlogjes vanuit de raad van bestuur. Toen er veel gebeurde was er een dagelijkse update. Nu is dat wekelijks.”

Sieger: “Er is binnen onze organisatie geen moment sprake geweest van paniek, maar natuurlijk wel van zorgen en onrust. Door je manier van communiceren, kun je de gemoederen oké houden en onnodige angst wegnemen.”

Hester: “Het was echt keihard werken. Nee bestond niet. Maar naar de rest van de organisatie bleven we in de communicatie rust uitstralen. Dat hoort bij de dienende aard van de facilitaire rol die je als inkoopafdeling hebt.”

Zo’n enorme run op persoonlijke beschermingsmiddelen, hoe hebben jullie dat als inkopers beleefd?
Hester: “In maart was het echt pakken wat je pakken kon. Je probeerde zoveel mogelijk zaken te blijven doen met je vaste leveranciers, maar op een gegeven moment konden zij ook niet meer volledig voorzien in de vraag. Die eerste maanden was het keihard werken. Het voelde alsof ik op de bloemenveiling werkte.”

Sieger: “Een voordeel was dat we een week voor de lockdown al een coronacrisisteam hadden opgericht. Toen we merkten dat de markt leeg begon te raken, hebben we vanuit inkoop twee medewerkers en vanuit facilitair vijf medewerkers aan dit team toegevoegd. En we hebben meteen in het hele land eigen distributiecentra opgezet.”

eigen distributiecentra philadelphia 1
eigen distributiecentra philadelphia

De eerste maanden was het  gigantisch druk. Het voelde alsof ik op de bloemenveiling werkte.”

Eigen distributiecentra?
Naeljoe: “Gebouwen die leegstonden hebben we zelf omgebouwd tot distributiecentra. We zijn alle locaties langsgegaan om de voorraden te inventariseren en hebben alle overvoorraad naar deze distributiecentra gebracht.”

Sieger: “Ondertussen zijn we gaan sourcen om de voorraad weer op te bouwen. Daarvoor hebben we soms vreemde moves uitgehaald. Leveranciers van kerstgeschenken vragen of zij nog bruikbare contacten in Azië hadden. Dat soort dingen. Alles om te kijken of er ergens nog iets te halen was.”

Hester: “Maar zo snel het kon, zijn we weer teruggevallen op de afspraken met onze vertrouwde leveranciers. Want het werd gewoon te duur. En je loopt het risico om niet gecertificeerde producten aan te schaffen. Ook omdat allerlei partijen onze zorgregio’s op eigen initiatief gingen benaderen. Die gingen soms toch maar in op een aanbod, om het zekere voor het onzekere te nemen.”

Kun je voorbeelden geven van ‘te duur’ of ’ niet gecertificeerde producten uit het buitenland’?


Hester: “Op een gegeven moment kreeg je handschoenen aangeboden voor 16 euro per doosje. En je weet niet wat voor kwaliteit je in huis haalt, ook al zijn alle papieren in orde. Dus we hebben alles zo goed en zo kwaad als het kon laten testen. Op die manier hebben we een partij mondmaskers met een productiefout gelukkig tijdig kunnen onderscheppen. Voor de facilitaire dienst was het een crime om alles recht te trekken. Maar de veiligheid van onze medewerkers staat voorop. Dus bij twijfel was het voor ons altijd: geen risico nemen met de kwaliteit, maar vooraf testen en de extra kosten voor lief nemen.”

Naeljoe: “Je ziet ook dat verschillende leveranciers er op andere manieren mee omgaan, met zo’n enorme plotselinge schaarste in de markt.”

Hester: “De ene leverancier ging ineens gekke dingen doen met de prijzen. Terwijl de andere juist een stapje extra zette om ons van spullen te voorzien en mee te denken over oplossingen. Van een paar partijen heb ik wel gedacht: als je hier op deze manier mee omgaat, gaan we afscheid nemen zodra de storm voorbij is.”

geld in handen handschoen nitril
mondneusmasker handschoen nitril

“Je kunt aan leveranciers vragen om producten goedkoper te leveren, maar ik heb liever dat hun productspecialisten bij ons komen kijken waar wij nog dingen kunnen verbeteren. Dan kun je écht kosten besparen.”

Is het jullie uiteindelijk gelukt om in de behoefte van medewerkers te voorzien?

Hester: “Ja. In het begin was er veel onzekerheid: zijn er voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen? Maar eigenlijk hadden we dat best snel op orde. Op enig moment was er alleen nog een tekort aan schorten, op de rest hebben we snel kunnen inspelen.”

Naeljoe: “Door alles centraal te organiseren, heb je continu in beeld welke producten waar terecht zijn gekomen en waar tekorten zijn. Of overschotten, want je hebt vaak meer dan je denkt.”

Hester: “Dat je het gebruik centraal kunt monitoren, helpt bij het voorkomen van tekorten. Want medewerkers willen zich beschermen, en terecht. Wij bepalen ook niet wat medewerkers aan beschermingsmiddelen nodig hebben, of hoe ze moeten worden gebruikt. Maar als je ziet dat er bijvoorbeeld ineens heel veel handalcohol wordt besteld, dan kan dat wel een signaal zijn van oneigenlijk gebruik. Of een signaal van hamsteren. Als inkopers pikken wij die signalen als eerste op.”

Sieger: “Door de crisis is de bereidheid om samen op te trekken in de hele organisatie groter geworden. Onze zorgregio’s hebben veel vrijheid om zelfstandig in te kopen. Maar als je de inkoop op elke plek anders organiseert, zijn sommige dingen gewoon niet te managen. In elke zorgregio hangen bijvoorbeeld andere dispensers voor ontsmettingsmiddel. Dan kun je niet groot inkopen en niet snel schakelen als er tekorten ontstaan. Dan moeten mensen ineens losse flesjes kopen omdat producten voor sommige dispensers niet meer voorhanden zijn.”

“Het zou mooi zijn als we dit gevoel van saamhorigheid kunnen behouden als de crisis voorbij is.””

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Sieger: “Neem til- en transferhulpmiddelen. Daarbij letten we niet alleen op de aanschafprijs, maar kijken we naar de Total Cost of Ownership. We nemen ook de levensduur mee. De keurings- en onderhoudskosten. En de gevolgkosten. Ga maar eens na wat het voor het terugdringen van het ziekteverzuim betekent als je de tilbelasting kunt verminderen.”

Hester: “Dat is onze toegevoegde waarde als inkoopafdeling. Leveranciers zoeken en spullen kopen kan iedereen. Wij kopen niet alleen producten in, maar organiseren bijvoorbeeld ook logistieke projecten waarbij we met leveranciers als Abena en partijen als PostNL samenwerken om het aantal vervoersbewegingen op locatie naar beneden te krijgen.”

 

Wat is, terugkijkend op de afgelopen periode, het gevoel dat jullie zal bijblijven?

Naeljoe: “De bereidheid om elkaar te helpen. Toen wij ons tekort aan schorten eenmaal hadden opgelost, hebben wij isolatieschorten aan het Erasmus MC verkocht, waar op dat moment de nood hoog was. Het zou mooi zijn als we dat gevoel van saamhorigheid kunnen behouden als de crisis voorbij is.”

Group 305

Mijn tips voor meer grip!

Group 314@2x

Blijven communiceren met je medewerkers zorgt voor rust binnen je organisatie.

Group 315@2x

Zoek leveranciers die met je meedenken en die op zoek gaan naar alternatieven.

Group 316@2x

Neem geen risico met de kwaliteit van producten. Laat de producten testen om er zeker van te zijn dat de producten veilig zijn.

Group 317@2x

Centraal monitoren helpt om zicht te krijgen op de voorraden. Waar zijn de tekorten en waar hebben ze spullen over?

tips voor meer grip 5

Kijk naar het totale plaatje, niet alleen naar het product.

OVER ’S HEEREN LOO

Met meer dan 17.000 medewerkers helpt ‘s Heeren Loo mensen met een verstandelijke beperking en/of andere beperking om hun leven in te vullen zoals zij dat zelf willen.

’s Heeren Loo levert zorg door heel Nederland. Dat gebeurt inmiddels voor het grootste gedeelte ‘in de wijk’. Een goed leven voor cliënten, mooi werk voor medewerkers en een duurzaam gezonde organisatie is een van onze drijfveren. Zo helpen we mensen verder.

Daarnaast heeft de zorgorganisatie negen zorgparken, verspreid over het land. Op elk van die zorgparken bevindt zich een facilitair steunpunt, dat de zorgregio’s daaromheen bedient met benodigdheden voor zorg in de wijk. Elke vestiging heeft de autonomie om decentraal in te kopen, maar een deel van de inkoop vindt ook gecentraliseerd plaats, op landelijk niveau.

sheerenloo loo

Grip op werkdruk, kosten

en kwaliteit van zorg. 

Wilt u van gedachte wisselen of uw inzichten delen?

interview gevolgkostenanalyses en business cases

Meten, meten, meten

Gevolgkostenanalyses en business cases

Meten, meten, meten

Gevolgkostenanalyses en business cases

Group 314

Een interview met Arend de Heus van Abena betekent niet alleen notitieblok in de aanslag, maar ook een Excel sheet bij de hand. We gaan het namelijk hebben over gevolgkostenanalyses en business cases.

Een interview met Arend de Heus van Abena betekent niet alleen notitieblok in de aanslag, maar ook een Excel sheet bij de hand. We gaan het namelijk hebben over gevolgkostenanalyses en business cases.

Gevolgkostenanalyses en business cases. Wat hebben die te maken
met de kwaliteit van de zorg?
“Kwaliteit is een boeiend maar lastig begrip. In de zorg is de passie voor het vak groot; iedereen wil de beste zorg leveren en doet dat met veel liefde. Daardoor lijkt het alsof er weinig ruimte is voor verbetering. Vraag een willekeurige zorgprofessional of er op zijn of haar afdeling sprake is van natte bedden en hoeveel dat er zijn.

Vaak is het antwoord: ‘dat komt eigenlijk niet voor’ of ‘dat valt best mee’.
Maar ga je dit een tijdje meten, dan blijkt vaak dat het iedere week toch tientallen zijn op een afdeling. Dat is wel degelijk veel, zeker als je weet dat een groot deel van de natte bedden voorkomen had kunnen worden. Maar je kunt het medewerkers niet kwalijk nemen dat ze het niet op die manier beleven. Iedereen doet het best mogelijke en er is gewoon geen inzicht in het totaal aantal natte bedden. Iedere medewerker ziet één puzzelstukje. Door te meten en data te bekijken, kun je met elkaar de totale puzzel leggen. Dan krijgen organisaties inzicht in hun verbeterpotentieel in termen van tijdbesparing, kostenbesparing en kwaliteitsverbetering. Met andere woorden: je krijgt pas inzicht in kwaliteit als je meet, transparant maakt en kwantificeert.”

“Je krijgt pas
inzicht in kwaliteit
als je meet, transparant maakt
en kwantificeert.”

En wat meet je dan precies bij zo’n gevolgkostenanalyse?
“Ik neem continentiezorg even als voorbeeld. Daarbij noteren we tijdens een nulmeting het aantal verschoningen, het aantal loze verschoningen, het aantal natte bedden, de zelfredzaamheid van cliënten, het aantal cliënten met huidproblemen en de intensiteit daarvan. Bij een nameting doen we dat opnieuw. Die getallen kun je allemaal uitdrukken in tijd, geld en kwaliteit.
Kosten kun je uitsplitsen in directe kosten, geld dat je daadwerkelijk hebt uitgegeven aan incontinentiemateriaal of bijvoorbeeld lakensets.
En anderzijds in salariskosten, waarop je niet kunt en wilt besparen. Je wilt tenslotte niet minder handen aan het bed, zeker niet met de vergrijzing die er
in alle hevigheid aan komt. Maar het is natuurlijk wel prettig als medewerkers hun tijd aan andere zaken kunnen besteden dan bedden verschonen. Daarnaast meten we, ook weer met een nulmeting en een nameting, het welzijn van cliënten en het welzijn van zorgverleners.”

welzijn cliënten

Hoe druk je het welzijn van cliënten en medewerkers uit in cijfers?
“Van een onnodige verschoning of een nat bed hebben cliënten last. Of ze ervaren schaamte. Huidproblemen zijn pijnlijk. Geuroverlast is vervelend. Door aan al die aspecten een getal toe te kennen, waarbij je op een schaal van 1 tot 10 beoordeelt of iets goed gaat of beter kan, kun je die in een voor en na situatie met elkaar vergelijken. Is je cliënt er daadwerkelijk op vooruitgegaan? Datzelfde doen we voor het welzijn van medewerkers. Want het verschonen van een cliënt of een nat bed kost natuurlijk niet alleen tijd, maar is ook fysiek belastend voor hen.”

En wat gebeurt er dan tussen die nulmeting en die nameting?
“Dan gaan we aan de slag met het aanpakken van de oorzaak van de natte bedden. Een nat bed kan om meerdere redenen ontstaan en we moeten analyseren wat die redenen zijn. Zijn de incontinentieproducten niet goed gefixeerd? Of is een ander type product beter? Trekken cliëntenhet incontinentiemateriaal los? Kunnen mensen eerder worden verschoond
om een nat bed te voorkomen? Kunnen we een patroon ontdekken in
het plasgedrag? Pas als je de oorzaak kent, kun je er iets aan doen. De ene
keer door producten met een hogere absorptie te gebruiken. De andere keer door medewerkers persoonlijk te trainen in het aanleggen van het materiaal. Of door verschoonroutines op een afdeling aan te passen.”

VIDEO / Wat meet je met een impactberekening?

Zitten medewerkers daarop te wachten?
“Nee! Daarom zijn die metingen zo belangrijk. Want met de nulmeting maak je inzichtelijk dat natte bedden echt een probleem zijn. En maak je inzichtelijk dat dit enorm ten koste van de tijd van medewerkers gaat.
Dat het invloed heeft op het welzijn van cliënten. Maak je mensen bewust van het feit dat die natte bedden er echt niet bij horen. Dat is enorm belangrijk voor de acceptatie en het draagvlak onder medewerkers. Dan pas staan mensen open voor trainingen, zijn ze bereid om anders te gaan werken. Door de nameting laat je zien dat het erkennen van een probleem en het aanpakken van de oorzaken ook daadwerkelijk resultaat oplevert. Dan lever je het bewijs. Dan toon je aan dat het geen cijfertjes op papier zijn, maar dat het echt loont.”

inzicht in kwaliteit E magazine Grip
notitieblok e magazine grip

“De echte kosten zitten in de uren van je medewerkers.”

Bij continentiezorg gaat het vaak over de kosten van incontinentiemateriaal.  Wat zegt jouw Excelsheet daarover? “Materiaalkosten bedragen in de regel 6 tot 10 procent van de totale kosten van de continentiezorg. Stel dat je 20 procent op deze kosten kunt besparen, hetzij doordat je het bij een andere leverancier goedkoper kunt inkopen, hetzij door het terugdringen van overbodige verschoningen, dan scheelt dat op het totale plaatje nog steeds maar 1,2 tot 2 procent. De echte kosten zitten in de uren van je medewerkers. In verpleeghuizen zijn medewerkers meer dan de helft van hun tijd kwijt aan handelingen die met continentiezorg te maken hebben. Heel veel van die tijd, echt duizenden uren blijkt uit onze business cases, kun je besparen. Het behandelen van huidproblemen die voorkomen hadden kunnen worden. Het verschonen van natte bedden. Als je al die uren vertaalt in euro’s, dan heb je het ineens over bedragen die misschien wel in de tonnen per jaar lopen. En dan beperk ik me in dit voorbeeld weer even tot continentiezorg, maar je kunt zo’n business case ook maken op andere gebieden, zoals infectiepreventie.” Dat moet zorgmanagers als muziek in de oren klinken. “En terecht, want er valt heel veel winst te halen. Maar ik verbind er ook meteen een waarschuwing aan. Anders werken vraagt om cultuurverandering en we weten allemaal hoe lastig dat kan zijn. Het kost tijd en commitment, terwijl zorgprofessionals al genoeg op hun bordje hebben liggen. Dus werk éérst aan die bewustwording. Daar helpen wij bij. En daar helpt zo’n gevolgkostenanalyse bij. Maar je moet wel beseffen dat het aan de voorkant energie en tijd gaat kosten om het er aan de achterkant duurzaam uit te halen. Want het werkt alleen bottom-up.”
Group 305

Mijn tips voor meer grip!

Group 314@2x

Zorgmedewerkers hebben allemaal een puzzelstukje in handen. Zorg dat al deze puzzelstukjes in elkaar vallen.

Group 315@2x

Met aandacht en passie kun je je cliënt echt verder te helpen.

Group 316@2x

Krijg inzicht in kwaliteit door te meten, transparant te maken en te kwantificeren.

Group 317@2x

Achterhaal de oorzaak van een probleem en pak deze aan. Zo kun je er écht iets aan doen.

toilet personeel

Grip op werkdruk, kosten

en kwaliteit van zorg. 

Wilt u van gedachte wisselen of uw inzichten delen?

slim incontinentie materiaal abena nova

Zorginnovatie in de praktijk:
onderzoek naar de implementatie
van slim incontinentie materiaal

De opvallendste resultaten en de belangrijkste lessen

Zorginnovatie in de praktijk:
onderzoek naar de implementatie
van slim incontinentie materiaal

De opvallendste resultaten en de belangrijkste lessen

frame afbeeldingen e magazine grip

Innovatie. Het staat hoog op de agenda van elke zorgmanager. Maar wat levert het precies op? En hoe geef je daadwerkelijk vorm aan vernieuwing? Onlangs werkte Abena mee aan een onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, waarbij de impact van het slimme incontinentiemateriaal Abena Nova onafhankelijk werd gemeten. Een interessante praktijkcase. Niet alleen om redenen van de behaalde resultaten, maar ook vanwege de lessen die we eruit kunnen trekken over de implementatie en acceptatie van zorgvernieuwingen.

Innovatie. Het staat hoog op de agenda van elke zorgmanager. Maar wat levert het precies op? En hoe geef je daadwerkelijk vorm aan vernieuwing? Onlangs werkte Abena mee aan een onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, waarbij de impact van het slimme incontinentiemateriaal Abena Nova onafhankelijk werd gemeten. Een interessante praktijkcase. Niet alleen om redenen van de behaalde resultaten, maar ook vanwege de lessen die we eruit kunnen trekken over de implementatie en acceptatie van zorgvernieuwingen.

Abena Nova is voorzien van sensoren die het verzadigingsniveau van het incontinentiemateriaal continu monitoren. Dit stelt medewerkers in staat om cliënten precies op het juiste moment te verschonen. Om de impact hiervan te meten werd het slimme incontinentiemateriaal bij wijze van proef geïmplementeerd op twee afdelingen van een verpleeghuis van zorgorganisatie Evean in Zaandam. In totaal namen 12 cliënten van begin tot eind deel aan de proef. Onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau Significant rapporteerde de resultaten in een uitgebreid eindverslag. In dit artikel delen we de opvallendste resultaten en de belangrijkste lessen uit dit rapport.

De opvallendste resultaten

resultaten slim incontinentiemateriaal abena nova

76% minder natte bedden
Gedurende de proef met het nieuwe incontinentie-materiaal nam het aantal gevallen van natte bedden met 76% af.

resultaten slim incontinentiemateriaal abena nova 1

30% minder verschoningen
Het gemiddelde aantal verschoningen ging van 3,5 omlaag naar 2,4 per cliënt per dag; een afname van 30%.

resultaten slim incontinentiemateriaal abena nova 4

20% kostenbesparing
Bij de 12 cliënten die deelnamen is een besparing van €46.000 (20%) op jaarbasis gerealiseerd.

resultaten slim incontinentiemateriaal abena nova 5

28% tijdwinst
Bij de deelnemende cliënten werd 28% tijdsbesparing op continentiezorg gemeten (1.609 uur).

resultaten slim incontinentiemateriaal abena nova 3

Impact op cliënten
Niet meer het ongemak van een koud en nat bed. Ook rapporteerden zorgverleners minder schaamte en onrust bij cliënten.

resultaten slim incontinentiemateriaal abena nova 2

Impact op medewerkers
Minder fysieke belasting en minder werk aan het verschonen van kleding en beddengoed.

Bron: Eindverslag ‘Implementatie slim incontinentiemateriaal bij Evean Oostergouw’.
Het volledige rapport is te downloaden op www.abena.nl/abena-nova

Duurzaamheidseffecten
Hoewel dit tijdens de proef niet expliciet is gemeten, heeft slim incontinentiemateriaal ook de nodige duurzaamheidseffecten. Volgens Milieuplatform Zorg bestaat 50% van de afvalstroom in verpleeghuizen uit incontinentiemateriaal. Dit betekent dat de totale afvalstroom in de verpleeghuiszorg zou kunnen verminderen met ongeveer 15%, als gevolg van een afname van het aantal verschoningen met 30%.

Les geven abena healthcare zorg

De belangrijkste lessen

les 1 e magazine grip

Werk bottom-up, niet top-down
Tijdens de proef mochten de teams op de afdelingen zelf bepalen of ze het slimme incontinentiemateriaal überhaupt wilden gaan gebruiken, en zo ja: hoe lang en bij welke cliënten. Ook konden medewerkers in de evaluatie zelf aangeven of ze door wilden gaan met het gebruik ervan. Mede hierdoor ging de implementatie van Abena Nova gepaard met daadwerkelijke cultuurverandering binnen de organisatie.

Les: cultuurverandering begint op de werkvloer.

Slim incontinentiemateriaal onderzoeksresultaten 3
Slim incontinentiemateriaal onderzoeksresultaten
les 2 e magazine grip

Maak gebruik van ervaringen buiten de eigen organisatie
Een bekend struikelblok voor zorgvernieuwing is acceptatie door cliënten en zorgprofessionals. Om valkuilen op dit gebied te omzeilen kregen de medewerkers van Evean ondersteuning van adviesbureau Significant, collega-zorgorganisatie Philadelphia (dat al eerder ervaring had opgedaan met het slimme incontinentiemateriaal) en
de productspecialisten van Abena.

Les: stel een implementatieteam samen waarvan ook professionals van buiten de organisatie deel uitmaken.

les 3 e magazine grip

Denk vooraf al na over de besteding van de gewonnen tijd
Volgens het onderzoek leidde de implementatie van Abena Nova tot een afname van 28% in tijdsbesteding aan continentiezorg op de betreffende afdelingen. Dit is een reductie die uiteraard niet zonder meer als kostenbesparing te boeken valt; voor een team gaat het in plaats van tijdsbesparing primair om tijdsbesteding.

Les: denk vooraf al na over de besteding van gewonnen tijd, om te voorkomen dat deze ‘verdampt’.

Slim incontinentiemateriaal onderzoeksresultaten 2
slim incontinentiemateriaal abena nova 5

De proef met Abena Nova trok de nodige aandacht van de vakpers. 

In onder meer Zorgvisie en ICT & Health verschenen uitgebreide artikelen, lees hier meer.

Ook aan de slag met zorgverbetering? We denken en rekenen graag met u mee!
Deze case is een concreet praktijkvoorbeeld op het gebied van continentiezorg. Maar ook op andere gebieden van de basiszorg (huidverzorging, infectiepreventie, facilitair management) kunnen we de impact van bepaalde veranderingen aantonen. Aan de hand van praktijkcases, maar ook met behulp van theoretische business cases en gevolgkostenanalyses die zijn toegespitst op de specifieke situatie binnen uw eigen zorgorganisatie.

Hoe boek je met een e-learningprogramma betere resultaten op het gebied van infectiepreventie? Hoe leidt de inzet van de juiste facilitaire producten in combinatie met training voor medewerkers tot een hogere zorgkwaliteit én aanzienlijke kostenbesparingen? Om maar een paar voorbeelden te noemen.
Wij kunnen het u allemaal uitleggen én voorrekenen.

 

slimme incontinentie luier innovatie nederland

Ook aan de slag met slim
incontinentiemateriaal?

Check of uw organisatie er klaar voor is.

abena nova bij philadelphia

Zorginnovatie?

Bij Philadelphia klinkt het ze als muziek in de oren…

Zorginnovatie?

Bij Philadelphia klinkt het ze als muziek in de oren…

Group 314

Zorgorganisatie Philadelphia staat bekend als voorloper op het gebied van zorgvernieuwing. De organisatie deed onderzoek naar de toegevoegde waarde van sociale robots en zette multi-sensorische belevingscabines in voor mensen met een beperking. En ze is de eerste zorginstelling in Nederland die het slimme incontinentiemateriaal Abena Nova gebruikt voor cliënten.

Zorgorganisatie Philadelphia staat bekend als voorloper op het gebied van zorgvernieuwing. De organisatie deed onderzoek naar de toegevoegde waarde van sociale robots en zette multi-sensorische belevingscabines in voor mensen met een beperking. En ze is de eerste zorginstelling in Nederland die het slimme incontinentiemateriaal Abena Nova gebruikt voor cliënten.

In hoeverre leveren innovaties ook daadwerkelijk een bijdrage aan betere kwaliteit van zorg aan cliënten? En aan grip op de kosten? Een duo-interview met Suzanne Leijendekkers, (scheidend) directeur Innovatie & Projecten, en Jeroen van de Pas, die als lid van de Raad van Bestuur het thema innovatie in zijn portefeuille heeft.

Het thema van dit magazine is ‘grip’. Grip krijgen en houden op de kosten en de kwaliteit van de zorg. Hoe draagt zorginnovatie daar volgens jullie aan bij?

Suzanne: “Het begint bij grip op kwaliteit. Want in de transitiefase zit bij elke innovatie verlies van efficiency. Wij innoveren in eerste instantie altijd vanuit de overtuiging dat een kwaliteitsverbetering mogelijk is. En we hebben een duidelijk beeld waarom we innoveren. Neem het voorbeeld van slimme inco. Het is fijn voor cliënten dat ze niet standaard wakker gemaakt worden om te verschonen als dat niet nodig is. Dan kunnen ze lekker doorslapen. Daarnaast hebben we uitgerekend dat de inzet van slimme inco een tijdswinst van 21 minuten per dag per cliënt oplevert voor de begeleider. Maar je moet alles nog wel zo organiseren dat die tijd niet tussen je vingers door glipt. Tot die tijd is de nieuwe technologie een kostenpost. Je moet een innovatief project daarom niet al vanaf dag één financieel rond willen rekenen. Als je vanuit de projectfase in de operationele fase komt, dán moet een investering in innovatie wel rendabel zijn. Dat is grip op kosten. Anders blijf je erop toeleggen. Maar in eerste instantie ga je vanuit een overtuiging aan de slag.”

Jeroen: “Of vanuit arbeidsmarktperspectief. Want deze vraag hebben we ons een jaar geleden, nog voor corona, al gesteld: hoe kunnen we in de toekomst met tachtig procent van onze medewerkers honderd procent zorg blijven leveren? Niet omdat we willen bezuinigen, maar omdat die overige twintig procent medewerkers simpelweg niet meer beschikbaar is. Wij denken dat we de oplossing kunnen vinden in technologie. Op dit moment werken we op veel locaties met een combinatie van begeleiders aanwezig op de locatie en begeleiding op afstand via DigiContact. Dat laatste gaat via beeldbellen. De cliënt bepaalt zelf wanneer hij of zij behoefte heeft aan begeleiding en kan 24 uur per dag contact opnemen. We merken dat cliënten dit heel prettig vinden.”

“Hoe gaan we in de toekomst met tachtig procent van het personeel honderd procent van de zorg leveren?”

De inzet van technologie vraagt om anders werken. Hoe krijgen jullie de organisatie daarin mee?

Suzanne: “Oefenen, oefenen, oefenen. Doen, doen, doen. Klein beginnen. En inzien dat je met technologische innovaties niet alleen de service aan cliënten verbetert, maar ook zorgmedewerkers digivaardiger maakt. Een telefoon die jou aangeeft dat het tijd is om iemand te verschonen, daar kan je als medewerker iets mee. Je leert hoe je inlogt, hoe je een systeem kunt resetten als het vastloopt, hoe een router werkt. Ineens pas je technologie toe. Krijg je daarna een medicatie-app of een workflow-app, dan heb je al de nodige ervaring. Zo proberen we innovatie en vernieuwing een plek te geven in onze cultuur.  Eind 2021 is elke zorgmedewerker binnen Philadelphia  op een of andere manier in aanraking gekomen met digitalisering.”

Jeroen: “En vanuit leiderschap nemen we de mogelijkheden van technologie op voorhand mee bij beslissingen. Bij nieuwbouw investeren we bijvoorbeeld in zwaardere ICT-infrastructuur dan we op dat moment nodig hebben. Binnen onze zorglocaties hebben we digicoaches die zorgmedewerkers helpen als ze er zelf niet uitkomen. En in de functieprofielen van zorgmedewerkers nemen we digivaardigheid ook op.”

Suzanne: “Zeker in de profielen van nieuwe managers. Heb je niks met digitalisering? Dan nemen we je niet aan. Als je daar een intrinsieke weerstand tegen hebt, kun je een team van zorgmedewerkers niet enthousiast maken om technologie onderdeel te maken van het zorgproces.

Jeroen: “Mensgerichte technologie is onderdeel van ons DNA, net als muziek. Mensen moeten weten: bij Philadelphia zijn we van digitalisering van het zorgproces. Én wij zijn van muziek.”

“Mensgerichte technologie zit in ons DNA, net als muziek.”

Muziek?

Suzanne: “Muziek, ja. Dat is echt een van de innovaties waar ik heel trots op ben. Dat is begonnen omdat we ons afvroegen: welke dingen in het gewone leven zorgen voor geluk? Toen zijn we ons in muziek gaan verdiepen. Hoe werkt dat in de hersenen? Deze maand lanceren wij onze nieuwe methodiek ‘Muziek werkt zo!’. En volgend jaar gaan we de methode nog intensiever inzetten bij de begeleiding van cliënten. Daarvoor hebben we een multidisciplinaire vakgroep opgezet waarin begeleiders, cliënten en specialisten zoals gedragsdeskundigen samen bedenken wat je nog meer met muziek kunt doen dan alleen een radio aan- en uitzetten. En we hebben een PhD-onderzoeker aangenomen die promoveert op het effect van muziek bij interventies. Muziek beïnvloedt je stemming en versterkt het contact, maar helpt mensen bijvoorbeeld ook bij meer bewegen en bij het onthouden van dingen.”

Jeroen: “Het is indrukwekkend om te zien. Ik zag het bij een cliënt die ernstig meervoudig beperkt is, met wie nauwelijks communicatie mogelijk was. Toen er muziek werd gespeeld, reageerde die cliënt ineens. Een doorbraak dankzij muziek. Ik krijg er nog rillingen van, zo bijzonder!.”

Suzanne: “En let wel: de scepsis tegenover muziek was in het begin net zo groot als die tegenover technologie. Technologie wordt snel geassocieerd met vervanging van medewerkers. Dat is bij muziek minder het geval. Maar daar staat tegenover dat muziek minder serieus wordt genomen. Dus als je het over het accepteren van innovatie hebt, zijn muziek en technologie vergelijkbaar: weerstand blijft weerstand. Daar zitten verhalen en ervaringen van mensen achter. Om daarin beweging te brengen, hebben we ons eerst gericht op de zorgmedewerkers. Hen plezier laten ervaren en laten ontdekken dat muziek effect heeft. Door gewone dingen als een Spotifylijst maken voor de huiskamer en een locatie aanmoedigen over ieders muziekvoorkeuren te praten. We maakten bijvoorbeeld een muziekpaspoort.

muziek in de zorg philadelpia

Bij sociale robotica heb je ook te maken met weerstand. Zorgmedewerkers vragen zich af of zo’n robot hun baan bedreigt. En je hebt ook te maken met ethische aspecten; vind je het OK als een cliënt afhankelijk zou worden van een robot? En privacy-kwesties: ga je data die de robot heeft verzameld,  opslaan? Welke informatie sla je wel op en welke niet? Dus ja, innovatie vergt tegelijkertijd lef, actie en geduld, dat is de paradox.”

Je kunt maar met een aantal innovatieprojecten tegelijk bezig zijn. Hoe maken jullie daarin keuzes?

Jeroen: “Het begint vaak met de energie en de passie van één persoon binnen de organisatie. Dat kan iedereen zijn. Ons roboticaproject is begonnen door iemand die in Japan was geweest, die had daar een robot gezien. Of de Sensiks-cabine, onze multi-sensorische belevingscabine. Daar zijn we mee begonnen dankzij iemand die een beurs had bezocht. In een stand van een sauna-exploitant stond een saunacabine met vierdimensionale elementen. Dat prikkelt: hoe mooi zou het zijn als wij zo’n cabine kunnen inzetten om voor cliënten met geur, gevoel, beeld en warmte een sensory reality-ervaring te creëren? Om cliënten te activeren of juist tot rust te laten komen. Vervolgens zijn we die samen met die sauna-fabrikant gaan ontwikkelen. Daar durven we dan in te investeren.”

Veel zorgorganisaties worstelen met het implementeren van innovaties. Wat zijn volgens jullie sleutelfactoren voor succesvolle zorginnovatie?

Suzanne: “Klein beginnen. En duidelijk het verschil maken tussen een projectaanvraag en een operationele business case. Wij maken niet meteen een business case, maar eerst een user case. Een experiment. Kijken of we mensen enthousiast krijgen, kijken welke problemen we tegenkomen. Eerst ontwikkelen we één zo’n belevingscabine. En dan gaan we opschalen. Kopen we er tien. Tien cabines, tien slimme inco’s, tien Smartglasses. In dat stadium onderzoeken we of een innovatie naast een kwaliteitssprong ook efficiency oplevert. Dan komen we tot een business case of een belofte waarmee we opnieuw naar de raad van bestuur kunnen stappen met de boodschap: dit experiment hebben we gedaan, dit zijn de resultaten, nu willen we serious money. Het goed afbakenen van de projectfase zorgt ervoor dat je de aandacht ergens op kunt richten. Je neemt iemand voor twee jaar aan en dat betaal je vanuit het potje projecten. Zo kun je die aandacht regelen. En tegelijkertijd weet je: tot hier en niet verder.”

factoren succesvolle zorginnovatie

En daarna dus pas die operationele business case?

Suzanne: “Ja. Dan moet je in de praktijk zien dat een team de voordelen van een innovatie ook daadwerkelijk behaalt. Want de uren die je met een innovatie verdient, die moet je ook weer nuttig kunnen inzetten. Als je 21 minuten per dag per cliënt weet te besparen, dan heb je vanuit je project-scope een prachtig resultaat. Maar waar gaat de winst in de organisatie naar toe? Kun je die operationeel inzetten? Zet je die in voor opleiding? Of gebruik je die voor kwaliteit in de breedte; om iemand na het eten lekker uitgebreid in bad te doen, als beleefmoment in plaats van puur functioneel? Daar moet je vooraf al goed over nadenken. En dat zullen medewerkers uiteindelijk ook in de praktijk ontdekken: wat voegt het toe in mijn werk of in het leven van een cliënt? Dan krijg je mensen pas enthousiast voor innovatie.”

En als je de business case niet rond krijgt?

Jeroen: “Vaak ervaar je de voordelen van een investering ergens anders in de organisatie. De vraag is of je weet en ziet waar je het terugverdient; in kwaliteit, in kosten, in tijd. Het is een enorme uitdaging om dat zichtbaar te maken, want daar gaat grip in z’n totaliteit vandaan komen. Als we op één vlak innoveren lijkt het misschien geld te kosten, maar wat als dat in samenhang met vijf andere innovaties gebeurt? Behaal je dan wel de gewenste efficiency? En waar behaal je die? Daar moeten we ook in de breedte een visie op hebben. En als een innovatie niet rendabel is, maar wel goed voor de zorgkwaliteit? Kunnen we dan voor elkaar krijgen dat die technologie-inzet de kwaliteitsstandaard wordt? Dat soort gesprekken voeren we ook binnen het ecosysteem met financiers. Want als je vooruitloopt in de zorg, dan moet je verschrikkelijk goed oppassen dat je jezelf als organisatie niet uitholt met je innovatiedrang. Er is in de financieringssystematiek namelijk geen euro beschikbaar voor innovatie; op dit moment word je niet financieel beloond voor zorgvernieuwing. Daarom moet je de winst op andere terreinen halen, zoals in de administratieve organisatie. Je zou kunnen zeggen: wij moeten wel efficiënt werken, om ons geld voor innovatie ergens vandaan te halen. Want niet innoveren is voor ons geen optie.”

de juiste zorg met de juiste logistiek
Group 305

Tips voor meer grip!

Group 314@2x

Durf te investeren. Kosten nemen op de korte termijn betekent winst op de lange termijn.

Group 315@2x

Bereid je medewerkers voor op cultuurveranderingen en begin klein.

Group 316@2x

Kijk vooruit. Wat je bij de ene vernieuwing nog niet nodig denkt te hebben, kan over een tijdje wel nodig zijn.

Group 317@2x

Houd vast aan de gekozen lijn: innoveren vergt lef, actie en geduld.

tips voor meer grip 5

Weet waar je de verdiende tijd voor inzet, laat het niet wegglippen.

Ook aan de slag met slim
incontinentiemateriaal?

Check of uw organisatie er klaar voor is.

infectiepreventie en inkoopperikelen

Infectiepreventie en inkoopperikelen

Interview met infectiepreventiespecialist Lizzy Bruno van Abena

Interview met infectiepreventiespecialist

Lizzy Bruno van Abena

Infectiepreventie en

inkoopperikelen

Group 314

Direct na het uitbreken van de coronapandemie ontstond er in Nederland een groot tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgmedewerkers. Hoe ging Abena hiermee om, als wereldwijd leverancier van producten op het gebied van infectiepreventie? En welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de toekomst? We vroegen het infectiepreventiespecialist Lizzy Bruno.

Direct na het uitbreken van de coronapandemie ontstond er in Nederland een groot tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgmedewerkers. Hoe ging Abena hiermee om, als wereldwijd leverancier van producten op het gebied van infectiepreventie? En welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de toekomst? We vroegen het infectiepreventiespecialist Lizzy Bruno.

En toen was er ineens een enorm tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen. Hoe reageerde Abena hierop?
“Abena heeft ook inkoopkantoren in China, dus we konden meteen in actie komen. We doen daar al jaren zaken en hebben er ruim veertig mensen voor kwaliteitscontrole en inspectie, dus we kunnen garanderen dat producten voldoen aan wetgeving en kwaliteitseisen. We hebben dan ook meteen een grote hoeveelheid FFP2-maskers ingekocht. Het punt was alleen dat Wuhan, waar onze mondneusmaskers worden geproduceerd, op dat moment op slot zat. De grootste uitdaging was dus niet de beschikbaarheid, maar de planning en de logistiek.”

beschermingsmiddelen nederland
Hoe hebben jullie die mondneusmaskers toch in Nederland weten te krijgen? “Een van onze accountmanagers wist dat het Radboudumc bezig was met een luchtbrug, in samenwerking met andere ziekenhuizen. Via-via hebben we contact gelegd, aangeboden om te helpen met de tekorten en toen ging het snel. In één weekend hebben we een half miljoen mondneusmaskers geregeld voor Nederlandse zorginstellingen. Inclusief kwaliteitscontrole en documentatie.”

“De grootste uitdaging is niet de beschikbaarheid, maar de planning en de logistiek.”

Welke lessen kunnen we trekken uit de situatie in de begindagen van deze crisis? Als Abena, als zorgsector, als land? “Dat snel schakelen niet ten koste hoeft te gaan van de kwaliteit van je beschermingsmiddelen. Als je de inkoopkanalen hebt, de inspectie en kwaliteitscontrole op orde hebt, als je vaste afspraken hebt met betrouwbare partners, dan hoef je niet in paniek op zoek te gaan. De eerste uitbraak is wat dat betreft over ons heen gekomen, maar op een nieuwe golf of pandemie zijn we allemaal beter voorbereid. Doordat de overheid nu een ijzeren voorraad aanhoudt van bepaalde beschermingsmiddelen. En doordat we niet langer alleen in China, maar ook veel meer in Europa produceren. Het is trouwens echt belangrijk om daar als zorgsector en als maatschappij aandacht voor te blijven houden. Niet alleen voor de laagste prijs gaan, maar samen de productie in Europa en Nederland mogelijk blijven maken. Zorgorganisaties adviseren we ook om niet pas te bestellen als Rutte weer op tv is geweest, maar om een forecast te maken, verantwoordelijkheid te nemen en dus ook het inkooprisico te nemen dat daarbij hoort. En wat voor onze eigen organisatie een eye-opener is geweest, is dat we de sector niet alleen met onze producten kunnen helpen, maar ook met onze kennis op het gebied van infectiepreventie.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?
“Neem handschoenen. Op dit moment (december 2020, red) is er nog steeds een wereldwijd tekort aan handschoenen. Omdat het opschalen moeilijker is dan bij mondneusmaskers, vanwege de complexiteit van het fabricageproces en het tekort aan grondstoffen. Maar ook doordat de vraag, mede door oneigenlijk gebruik, enorm gestegen is. In sommige organisaties gebruiken medewerkers wel drie keer de hoeveelheid handschoenen die ze eigenlijk nodig hebben. Daar valt niet tegen in te kopen. Dat vraagt om bewustwording.”

beschermingsmiddelen handschoen

“In sommige organisaties gebruiken medewerkers wel drie keer de hoeveelheid handschoenen die ze eigenlijk nodig hebben. Daar valt niet tegen in te kopen.”

Wat bedoel je met oneigenlijk gebruik? “Oneigenlijk gebruik is handschoenen gebruiken in situaties waarbij handhygiëne voldoende is. Je moet handschoenen dragen bij zorghandelingen waar je risico loopt om in contact te komen met lichaamsvloeistoffen. Bij alle andere handelingen is het dragen van handschoenen niet nodig. Je ziet het ook om je heen, mensen in bijvoorbeeld de horeca die handschoenen dragen. Het ziet er voor de buitenwereld hygiënisch uit, maar dat is vaak niet zo. Handschoenen worden te lang gedragen en dragers zitten vervolgens met hun handschoenen overal aan: het aannemen van geld, poetsen de tafel en serveren eten en drinken zonder de handschoenen te wisselen. Mijn advies is: handschoenen uit en handen regelmatig wassen. Zeker voordat je eten gaat bereiden of uitserveren.”
En hoe helpt Abena zorgorganisaties dit oneigenlijk gebruik dan terug te dringen? “Door de zorgsector bewust te maken van het verschijnsel. Door onze kennis over infectiepreventie te delen met klanten. Maar bijvoorbeeld ook door onze opgedane kennis te delen met het landelijk consortium dat de overheid heeft opgericht om zorgorganisaties van beschermende middelen te kunnen voorzien.”
Group 305

Tips voor meer grip

Group 314@2x

Houd ogen en oren open en werk samen met anderen.

Group 315@2x

Snel schakelen hoeft niet ten koste te gaan van kwaliteit.

Group 316@2x

Maak collega’s duidelijk hoe persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden en voorkom oneigenlijk gebruik.

Group 317@2x

Koop ook producten in die geproduceerd zijn in Nederland of Europa en ga niet alleen voor de laagste prijs.

tips voor meer grip 5

Zorg dat je voorloopt op maatregelen en wacht niet tot deze afgekondigd worden door de overheid.

Samen werken aan grip op infecties.

Bekijk hoe u grip kunt krijgen.

samenwerken aan grip op goede zorg abena

Ja, daar heb je een punt!

Samenwerken aan grip op goede zorg

Ja, daar heb je een punt!

Samenwerken aan grip op goede zorg

Group 314

De hoge werkdruk. Het tekort aan medewerkers. De druk op budgetten. Maar ook: werk maken van verduurzaming en innovatie. De zorgsector staat voor grote uitdagingen. Uitdagingen die we alleen het hoofd kunnen bieden als we samenwerken.

De hoge werkdruk. Het tekort aan medewerkers. De druk op budgetten. Maar ook: werk maken van verduurzaming en innovatie. De zorgsector staat voor grote uitdagingen. Uitdagingen die we alleen het hoofd kunnen bieden als we samenwerken.

Zorgprofessionals en zorgmanagers. Politieke beleidsmakers. Cliënten, patiënten en hun naaste omgeving. En ja: ook wij van Abena, als zorgleverancier op het gebied van continentiezorg, huidverzorging, infectiepreventie en facilitaire producten.

grip op goede zorg in nederland 2

10 aandachtspunten: van en voor zorgprofessionals
Samen met zorgprofessionals hebben we tien aandachtspunten geïdentificeerd. Punten waarmee we, door er samen de juiste aandacht aan te besteden, een impuls kunnen geven aan de kwaliteit van de dagelijkse zorg. En waarmee zorgprofessionals kostbare tijd kunnen besparen, die ze weer kunnen gebruiken om echte aandacht aan cliënten te geven.

 Vraagje: wat is jouw punt?
Om te illustreren hoe meer bewustzijn en inzicht rond elk van deze tien aandachtspunten een bijdrage kan leveren aan meer grip op goede zorg,
vroegen we aan tien van onze collega’s om hun punt te maken.

punten van aandacht in de zorg inudstrie in nederland

Mijn aandachtspunt is…

infectiepreventie specialist

Infecties – Lizzy Bruno
infectiepreventiespecialist

Een goede hygiëne is belangrijk om verspreiding van infecties te voorkomen. Minstens zo belangrijk is een prettige en huiselijke omgeving voor cliënten. Cliënten kunnen moeilijk gedrag vertonen en zelfs agressief worden omdat ze niet begrijpen waarom bepaalde infectiepreventiemaatregelen noodzakelijk zijn. Een mooie uitdaging om daar een oplossing voor te vinden. Bijvoorbeeld door doorzichtige isolatiejassen te leveren, zodat de kleding van de zorgverlener zichtbaar is en toch de bescherming biedt die nodig is. Zo krijgen we samen grip op infecties. 

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (9)

Twan Peltzer – Schone omgeving
productmanager

Een schone omgeving is prettig. Niet alleen voor cliënten en zorgprofessionals van een zorginstelling, maar ook vanuit het oogpunt van infectiepreventie. Samen krijgen we grip op een schone omgeving. 

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (8)

René Berghuis – Natte bedden
regiomanager

Ik ben blij dat ik regelmatig bij zorgorganisaties over de vloer kom. Want waar dat natte bed er soms ‘gewoon’ bij hoort, komen we er vaak samen achter dat er wat aan te doen is. Dat natte bed. Bijvoorbeeld door andere materiaalkeuze of het anders aanleggen van materiaal. Ik ben trots dat ik samen met zorgprofessionals mag werken aan grip op natte bedden en kleding.  

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (6)

Karl van Emmerik – Verspilling
manager logistiek & DC

Producten leveren op het juiste moment, bij de juiste instelling, zelfs tot in de kamer van de cliënt. Grote leveringen worden rechtstreeks vanuit ons hoofdkantoor in Denemarken geleverd om het aantal vervoersbewegingen te reduceren. Zo efficiënt mogelijk leveren. Een hele uitdaging, maar leidt uiteindelijk tot meer grip op verspilling.  

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (4)

Willem Kraaij – Persoonlijke aandacht
regiomanager

Een luisterend oor, een wandelingetje in de tuin, een arm om de schouder. Persoonlijke aandacht doet mensen goed. We zien echter te vaak dat het aan tijd ontbreekt om even aandacht te geven aan cliënten. Daarom ben ik er trots dat we met de inzet van onze kennis, kunde en producten ervoor kunnen zorgen dat er wel tijd overblijft voor dat praatje, dat wandelingetje of even een troostende arm om de schouders. Grip op persoonlijke aandacht. Dat telt! 

hulp en begeleiding zorg instellingen

Karin van der Vlugt – Schaamte
customer support

Ik kreeg een vraag van een zorgprofessional die niet goed wist hoe ze om kon gaan met schaamte bij incontinentie. Samen hebben we gekeken hoe we de cliënt konden helpen, zodat ze uit haar isolement raakte en weer zonder schaamte op pad kon. Grip op schaamte zorgt voor een betere kwaliteit van leven. 

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (2)

Theo Onderstal – Rode huid
productspecialist

Rode huid kan vele oorzaken hebben, zoals het gebruik van verkeerde producten, het niet goed aanleggen van producten of het niet tijdig verschonen. Ik zie dat regelmatig tijdens mijn bezoeken aan zorginstellingen. Samen met de zorgprofessional kijk ik dan wat de oorzaak is van de rode huid en hoe we dit kunnen lossen. Want een rode huid is heel goed te voorkomen. Samen krijgen we grip op een rode huid. 

zorgmanager abena nova slim incontinentiemateriaal

Wil Philipsen  – Nachtrust
implementatiemanager

Abena Nova is een innovatie die het mogelijk maakt om zicht te krijgen op het tijdig verschonen van cliënten. Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Maar het slimme incontinentiemateriaal geeft ook inzicht in het plaspatroon van cliënten. Zodat je een cliënt mogelijk nog naar het toilet kunt begeleidenof op het juiste moment te verschonen zodat hij of zij de hele nacht kan doorslapen. En s ochtends met meer energie wakker wordt. Samen werken aan grip op een goede nachtrust voor cliënten, dat is belangrijk. 

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (5)

Edith Pijma – Zelfredzaamheid
regiomanager

Zelfredzaamheid verhogen van mensen. Dat kan met eenvoudige hulpmiddelen. Denk bij toiletgang aan een duidelijke markering waar het toilet zich bevindt, makkelijk aan- en uit te trekken kleding, of door een absorberend broekje te gebruiken in plaats van een slip met plakkers. Door incontinentie niet klakkeloos te accepteren kunnen we samen zorgen voor grip op zelfredzaamheid. 

hulp bij innovatieve zorginstellingen grip op zorg (3)

Dimphy ’t Sas – Fysieke belasting
regiomanager

Het goed aanleggen van een incontinentieproduct kan fysiek erg belastend zijn door bijvoorbeeld een hoge zorgzwaarte van een cliënt of weerstand bij onbegrepen gedrag. Het is belangrijk om te weten welk incontinentieproduct het beste past bij het type incontinentie en de cliënt om zo min mogelijk fysieke belasting te hebben. Maak gebruik van hulpmiddelen zoals een glijzeil of het consequent gebruik van de hoog-laag verstelling van het bed, ga aan die kant staan waar je cliënt verzorgd wordt en let goed op je houding. Wij adviseren je graag om samen grip op fysieke belasting te krijgen. 

Ook aan de slag met

een punt van aandacht?

onderzoek tno e magazine grip

De juiste zorg met de juiste logistiek

Onderzoek TNO

De juiste zorg met de juiste logistiek

Onderzoek TNO

Group 314

In 2030 zal de zorgsector er heel anders uitzien. Mensen moeten zich meer zelf redden en de regie in eigen handen nemen als ze zorg nodig hebben. Tegelijkertijd verschuift de zorg van de zorginstelling naar de mensen thuis. In plaats van dat we naar een verpleeghuis gaan, blijven we gemiddeld steeds langer thuis wonen.

In 2030 zal de zorgsector er heel anders uitzien. Mensen moeten zich meer zelf redden en de regie in eigen handen nemen als ze zorg nodig hebben. Tegelijkertijd verschuift de zorg van de zorginstelling naar de mensen thuis. In plaats van dat we naar een verpleeghuis gaan, blijven we gemiddeld steeds langer thuis wonen.

Deze ‘extramuralisering’ is onvermijdelijk. Nederland zal dus andere manieren moeten vinden om de zorg straks te organiseren en te bekostigen, zo blijkt ook uit het visierapport ‘De juiste zorg met de juiste logistiek’. Een groep van verschillende partijen uit de logistieke en zorgsector, waaronder Abena Healthcare, verkende onder leiding van TNO de mogelijkheden.

Spaghetti van zorgstromen
Een grotere zelfredzaamheid, eigen regie en meer zorgverlening buiten de zorginstelling, dát willen we bereiken. Doordat deze ontwikkelingen gepaard gaan met een groot aantal door elkaar heen lopende (zorg)stromen, is dit toekomstplaatje echter niet zo makkelijk te realiseren. Hoe meer zorg thuis wordt verleend, des te meer partijen bij de zorg betrokken raken.

Bij (extramurale) zorg heb je te maken met professionele zorgverleners, leveranciers van medische goederen, IT en andere technologie, logistieke dienstverleners en zorgverzekeraars. Het ‘landschap van stromen’ van informatie, communicatie en data wordt er niet overzichtelijker op.

Logistiek als belangrijke facilitator
Volgens het eerder genoemde onderzoek door partijen uit de logistieke- en zorgsector, kan logistiek een sleutelrol spelen bij het krijgen van meer grip op die spaghetti van zorgstromen. Sterker nog: ze is bij uitstek in staat de transitie in de zorg te ondersteunen. De logistieke sector maakt immers veel gebruik van nieuwe technologie en is gewend zich aan te passen aan maatschappelijke veranderingen. Ook weet de logistiek haar rol van facilitator van nature goed te vervullen. Binnen diverse sectoren wordt specifieke dienstverlening aangeboden. Zo wist de logistiek snel in te spelen op de verandering van fysieke winkels naar online aankopen en waardeert de consument thuisbezorging en regie over de levering van zijn bestelde product. In de zorg gaat het dezelfde kant op.   

onderzoek logistiek in de zorg in nederland (2)

Gefragmenteerde of efficiënte bezorging  
Medische goederen zullen straks vaak thuis worden bezorgd in kleine hoeveelheden. Om ervoor te zorgen dat mensen niet vier keer per dag een bezorger aan de deur krijgen, moeten we zendingen gaan bundelen. Dat bespaart kosten en is beter voor het milieu. Ook moeten er mogelijkheden komen tot afhalen in de buurt. De cliënt bepaalt uiteindelijk wanneer hij wat wil hebben en waar. De uitdaging is al die goederen bij elkaar te brengen en de distributie zo efficiënt en doeltreffend mogelijk te laten verlopen.

Hubs als afhaalpunt
Om tot betere en effectievere samenwerking te komen en de mensen thuis optimaal van dienst te zijn, moeten de verschillende betrokken zorg- en logistieke partijen onderling meer data gaan delen. Dat is een hele uitdaging.

Een idee om leveringen efficiënter te laten plaatsvinden, is hubs als afhaalpunt te laten fungeren. Hier is ook Karl van Emmerik, manager DC & Logistics van Abena, het mee eens. Hij hielp mee met het bedenken van oplossingen en volgens hem zou het al heel mooi zijn als goederen bestemd voor verschillende mensen in de wijk gebundeld kunnen worden geleverd.

Cliënt krijgt meer keuze
De onderzoekers vinden ook dat cliënten thuis de mogelijkheid moeten krijgen om tussen aanbieders te kiezen. Zo kunnen ze hun zorgbehoefte organiseren zoals ze zelf willen. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan! Voor je het weet, krijg je een heel netwerk van stromen die moeten worden geïntegreerd. Aangezien de zorgvrager centraal staat, zullen zorgaanbieders meer moeten samenwerken, inclusief hun systemen. Door de enorme versnippering is dat nu moeilijk. Alle organisaties hebben immers hun eigen programma’s, belangen, cultuur en zienswijzen.

Gebrekkige afstemming
Zoals al gezegd blijkt uit het onderzoek dat de afstemming tussen alle betrokkenen vaak te wensen over laat. Dit leidt tot onduidelijkheid voor de zorgvrager en onnodige kosten als gevolg van inefficiëntie. Tenslotte brengt groei van zorg in de eigen leefomgeving meer kleinere transportstromen met zich mee, van zowel (zorg)diensten als goederen. De stromen worden ‘dunner’, wat ook uit milieuoogpunt onwenselijk is. Daarnaast nemen de datastromen toe. Niet alleen tussen de klant en de verschillende organisaties, ook tussen de organisaties onderling lopen steeds meer lijntjes. Hoe korter en duidelijker de lijnen, hoe beter de zorgvrager de zorg ervaart

Noodzakelijke veranderingen
Anno 2020 is de spaghetti aan zorgstromen al een groot probleem. Kun je nagaan hoe dat wordt in 2030, als zorg zoveel mogelijk thuis moet plaatsvinden. Het TNO-rapport stelt dan ook een aantal veranderingen voor. Allereerst is er meer afstemming nodig. Dat wil zeggen een meer integrale kijk op het hele scala aan (zorg)diensten en goederen waarmee de cliënt wordt bediend. De juiste persoon moet de juiste taak uitvoeren, op de juiste plek en op het juiste moment. Dit vereist een omslag in cultuur en kennis, een andere mindset bij de zorgverleners. In de (zorg)opleidingen moet dit uitgangspunt sterk worden benadrukt.

Daarnaast wordt er in 2030 meer gebruikgemaakt van data en technologie in de zorg- en logistieke ketens. eHealth-toepassingen zoals een medicijndispenser kunnen het zorgpersoneel ontlasten en thuisdialyse voor nierpatiënten leidt tot verminder van transportstromen.

onderzoek logistiek in de zorg in nederland (1)

Bijdrage van de logistieke sector
De logistiek kan ertoe bijdragen dat cliënten meer zelfredzaam worden en minder naar het ziekenhuis of andere zorginstellingen hoeven gaan. In het ideaalplaatje stopt de bezorging straks niet meer bij de voordeur. Nee, de bezorger wordt dienstverlener en zet alles op de juiste plek, sluit apparaten aan en geeft zo nodig uitleg. De onderzoekers denken dat eenmalige leveringen van niet al te complexe apparatuur straks kunnen worden uitbesteed aan logistieke dienstverleners.

Om de toekomstblik compleet te maken: de logistieke sector zal in 2030 nog efficiënter werken en meer cliëntgericht zijn georganiseerd. Leveranciers van zorgapparatuur en technologie gaan ook installatie, onderhoud, controle en klantenservice doen. Het onderzoeksrapport wijst op de noodzaak de logistiek al vroeg in het zorgproces te betrekken.

Kostenplaatje
Al die verschillende (zorg)diensten en technologieën hebben elk hun eigen kostenplaatje. Bij het bepalen van de benodigde zorg moeten we kijken naar de ‘total cost of ownership’, dat wil zeggen alle kosten die tijdens het zorgen voor de cliënt worden gemaakt. Ook de mogelijkheid transportstromen en daarmee kosten te verminderen, moet hierbij worden bekeken. Door processen optimaal te organiseren, kan de logistiek in 2030 een grote bijdrage leveren aan het verhogen van de kwaliteit van de zorg.

Samen voor de uitdaging
Samengevat is een betere samenwerking tussen de verschillende bedrijven en organisaties in de zorg en logistiek noodzakelijk, maar tevens een hele uitdaging. Ook Karl Van Emmerik ziet de nodige hobbels. Netwerken zijn niet zomaar aan elkaar te koppelen, ze zijn immers meestal geoptimaliseerd voor eigen activiteiten. Ook concurrentiegevoeligheid en verdienmodellen kunnen issues zijn. Toch ziet hij mogelijkheden genoeg het hogere doel te bereiken: meer mensen op een betere en efficiëntere manier verzorgen. Samen. Abena maakt zich dan ook sterk voor een hogere kwaliteit van zorg, waarbij de zorglogistiek goed en efficiënt geregeld is. Met z’n allen gaan we het bereiken!

Lees het volledige rapport van

TNO over de juiste zorg met

de juiste logistiek.

grip op goede zorg in nederland

Hieronder tref je alle tips uit het e-magazine aan. Heb je ook nog tips, of wil je bijdragen aan dit e-magazine?

Group 305

Mijn tip voor meer grip

zorginstelling tante louise

Conny Helder
bestuurder tanteLouise

Tip 1
Heb eerst je proces op orde, voordat je gaat automatiseren.
Tip 2
We hebben elkaar nodig, we moeten het samen anders doen.
Tip 3
Durf een project te stoppen als blijkt dat het niet werkt.
Tip 4
Stel een team samen met verschillende mensen die elkaar versterken.
Tip 5
Goed je tempo bepalen, planmatig werken en wendbaar zijn.
Previous
Next
infectiepreventie specialist abena nederland zorg

Lizzy Bruno
infectiepreventiespecialist Abena

Tip 1
Houd ogen en oren open en werk samen met anderen.
Tip 2
Snel schakelen hoeft niet ten koste te gaan van kwaliteit.
Tip 3
Maak collega’s duidelijk hoe persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt moeten worden en voorkom oneigenlijk gebruik.
Tip 4
Koop ook producten in die geproduceerd zijn in Nederland of Europa en ga niet alleen voor de laagste prijs.
Tip 5
Zorg dat je voorloopt op maatregelen en wacht niet tot deze afgekondigd worden door de overheid.
Previous