Inhoudsopgave

Grip op goede zorg begint bij de facilitaire organisatie

Voorwoord

De druk-druk-druk op de zorg.

Wat kan de facilitaire organisatie hierin betekenen?

De tekening op de cover van dit eMagazine spreekt boekdelen. De kwaliteit én capaciteit van onze zorg staan onder druk; enerzijds door de groeiende zorgvraag als gevolg van de vergrijzing, anderzijds door de schaarste aan zorgpersoneel. En ook de budgetten in de zorg staan onder druk. Druk, druk en nog eens druk.

De facilitaire organisatie kan een grote bijdrage leveren aan het verlichten van deze druk-druk-druk op de zorg. Door tijd te besparen, kwaliteit hoog te houden en kosten te beheersen, leveren facilitair professionals elke dag een belangrijke bijdrage aan grip op goede zorg.

Ga maar na. Kiezen om incontinentiemateriaal gescheiden in te zamelen, is in eerste instantie een facilitaire beslissing. Maar als je daardoor opeens geen geuroverlast meer hebt, heeft die beslissing een enorme positieve impact op de werk- en leefomgeving van mensen, dus op de kwaliteit van de zorg. Wil je het ziekteverzuim terugdringen of de werkdruk verminderen? Dan is het best verstandig om te kijken wat je kunt doen aan de fysieke belasting van medewerkers; ook een facilitair onderwerp. Of wat dacht je van corona? Infectiepreventie begint niet bij een mondkapje, maar bij een schone omgeving, bij uitstek een facilitair terrein.

Rob Basjes
Directeur Abena Healthcare
Rob Basjes
Directeur Abena Healthcare

“Op allerlei manieren dragen facilitaire keuzes bij aan meer grip op tijd, kwaliteit en kosten. Dus op allerlei manieren begint grip op goede zorg bij de facilitaire organisatie.”

Het is Abena’s ambitie om facilitair professionals en zorgprofessionals op al deze gebieden te ondersteunen. Niet alleen met facilitaire producten, zoals systemen voor afvalscheiding en handhygiëne, schoonmaakproducten en persoonlijke beschermingsmiddelen. Maar ook met kennis over bijvoorbeeld hygiëne en infectiepreventie.

Om zorgorganisaties te helpen meer grip te krijgen op goede zorg, is het voor ons belangrijk om te weten wat er speelt; ook als het gaat om de facilitaire processen. Daarom zijn we met facilitair managers bij allerlei verschillende zorgorganisaties in gesprek gegaan over hun belangrijkste vraagstukken en thema’s. Uit die gesprekken kwam naar voren dat er – naast de organisatiespecifieke vraagstukken die je natuurlijk altijd hebt – een aantal thema’s en vragen zijn die bij veel facilitair managers spelen. Duurzaamheid. Verspilling. De worsteling met ziekteverzuim en personeelstekorten. Taken uitbesteden of in eigen beheer uitvoeren? Producten centraal of decentraal inkopen?

Het zijn precies deze onderwerpen waaraan wij aandacht besteden in de Facilitair Special van ons eMagazine GRIP! In uitgebreide interviews en kortere artikelen laten we facilitair specialisten aan het woord, maar bijvoorbeeld ook experts op het gebied van duurzaamheid. Ik zou zeggen: laat je inspireren door hun inzichten en ervaringen. En heb je zelf een inspirerend verhaal, een mooie praktijkcase of een opzienbarend onderzoeksresultaat te delen? Dan komt onze redactie graag met je in contact!

Rob Basjes, directeur Abena Nederland

abena healthcare care nederland leverancier zorgproducten

De agenda van facilitair managers in de zorg: 7 thema’s

De agenda van facilitair managers in de zorg: 7 thema’s

We spraken uitgebreid met facilitair managers en andere betrokkenen binnen zorginstellingen.

In het kader van deze Facilitair Special spraken we uitgebreid met facilitair managers en andere betrokkenen binnen zorginstellingen door heel Nederland. Uit deze interviews kwamen verschillende thema’s naar voren die bij meerdere organisaties lijken te spelen. In dit overzicht zetten we er zeven op een rijtje, aan de hand van onze gespreksnotities.

Medewerkers opleiden en kennis delen

Ellen Broekhof van ’s Heeren Loo organiseert regelmatig trainingsdagen over infectiepreventie. Voor andere organisaties die dit onderwerp op de kaart willen zetten heeft ze de volgende tips:

 

  1. Houd het praktisch
  2. Blijf herhalen en doe dat op een leuke manier
  3. Zoek de samenwerking met leveranciers
  4. Wees blij met iedere kleine verandering die je bereikt

Efficiency in werkprocessen

Veel van de thema’s die de agenda van facilitair managers domineren, hangen één op één samen met het personeelstekort in de zorg. Want dat beperkt zich niet alleen tot verpleegkundig en verzorgend personeel; ook aan facilitair medewerkers is een groot gebrek.

 

Veel organisaties zetten daarom in op (nog) efficiënter werken.

De cliënt centraal

Door net dat extra stapje te zetten kan de facilitaire organisatie direct of indirect bijdragen aan het welzijn van cliënten. Verschillende facilitair managers halen hierbij de keuken als voorbeeld aan.

 

“Voor mensen met een Indonesische achtergrond maakt onze kok regelmatig Indonesisch eten”, vertelt Dennis Nijenhuis, hoofd services bij Insula Dei, bijvoorbeeld.

Taken uitbesteden of in eigen beheer uitvoeren?

De schoonmaak, de keuken of de wasserij uitbesteden of in eigen beheer uitvoeren? Alle professionals die wij hierover spraken, gaven aan dat er aan beide keuzes voor- en nadelen zitten. Bij Interzorg kiezen ze ervoor om vrijwel alles in eigen hand te houden, aldus teamleider Simon Wachtmeester: “Wij vinden het belangrijk om zelf de regie te houden op het hele proces.”

 

En hoe waarborg je in dat geval de kwaliteit? “Met audits. Verschillende medewerkers zijn daar speciaal op getraind. Degenen die in de keuken werken, komen de wasserij auditeren en andersom.”

Fysieke belasting en ziekteverzuim

Gelukkig komen er steeds meer slimme oplossingen om het (vaak zware) werk van facilitair personeel te verlichten.

Soms komt zo’n oplossing uit onverwachte hoek, hoorden we van programmamanager MVO Eva Koerselman. Binnen Interzorg introduceerde zij vacumeermachines voor het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal. Dat zorgde voor meer duurzaamheid én minder geuroverlast, maar het vacumeren bleek ook voor handzamere pakketten te zorgen. “Daardoor ervaren medewerkers minder fysieke belasting als ze de zakken naar de container brengen.”

Centraal of decentraal inkopen en bestellen?

Koop je alle producten en diensten centraal in voor de hele organisatie? Sluit je raamcontracten met leveranciers en laat je verschillende locaties of afdelingen binnen de grenzen van die contracten hun eigen bestellingen plaatsen? Geef je medewerkers de volledige vrijheid om de producten in te kopen waarmee ze het liefste werken?

Bij De Zijlen houden ze het zoveel mogelijk centraal, vertelt facilitair leidinggevende Jan Jongstra. “Met corona hadden we grote logistieke problemen op sommige locaties omdat ze geen magazijn hadden. Toen merkten we echt de meerwaarde van centraal inkopen. Daarbij voorkom je ook dat niet iedereen overal maar koopt.”

Duurzaamheid

Een onderwerp dat binnen elke zorgorganisatie hoog op de agenda staat. De vraag is echter vaak: waar begin je? Stichting Driestroom zette concrete stappen door heel doelgericht werk te maken van een milieucertificering op één locatie.

Milieucoördinator Mariska Jansen: “Door de focus op die ene locatie te houden, kregen we in één keer met veel verschillende aspecten van duurzaamheid te maken. De kennis en ervaring die we daarmee hebben opgedaan, kunnen we nu ook inzetten op andere locaties. En sommige maatregelen die je vanwege de certificering op één locatie neemt, hebben sowieso al een organisatiebrede impact.”

Wat is de relatie tussen een microvezeldoek en kwaliteit van zorg?

‘Gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal draagt bij aan duurzaamheid, maar ook aan kwaliteit van zorg.’

interzorglogo

‘Gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal draagt bij aan duurzaamheid, maar ook aan kwaliteit van zorg.’

De ervaringen van Interzorg met het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal

Afgelopen jaar hield Interzorg een pilot met het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal. Op twee afdelingen van de locatie De Wijde Blik in Assen verschenen speciale vacumeermachines waarmee medewerkers gebruikt incontinentiemateriaal luchtdicht kunnen verpakken en hygiënisch kunnen afvoeren. De komende jaren voert Interzorg deze werkwijze door in haar hele organisatie, want de pilot bleek een groot succes. Vanwege de potentie op het gebied van duurzaamheid, maar verhoogd ook de kwaliteit van zorg voor cliënten én medewerkers.

Eva Koerselman, Programmamanager Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bij Interzorg, deelt de ervaringen die ze tijdens de pilot opdeed. En ze geeft tips voor organisaties die ook aan de slag willen met het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal.

Eva Koerselman
Programmamanager MVO
Eva Koerselman
Programmamanager MVO

Wat was de aanleiding voor de pilot?

“De algemene wens om te verduurzamen. Duurzaamheid is een enorm breed onderwerp. Van het plaatsen van zonnepanelen tot het invoeren van kartonnen medicijncupjes, maar ook de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Bij Interzorg richten we ons op drie pijlers: People, Planet, Profit. Als je plannen voor duurzaamheid gaat maken kom je al snel bij de P van Planet uit, omdat die het concreetst is. Een voor de hand liggende manier om daarin snel stappen te zetten is het verminderen van de hoeveelheid restafval, want als zorgorganisatie produceren we nu eenmaal veel afval.”

“Van ons restafval bleek maar 3,8% uit PMD te bestaan, terwijl incontinentiemateriaal 20,5% bleek bij te dragen.”

“De eerste gedachte was om PMD te scheiden. En wat is PMD: Plastic Metaal en Drankkartons. De plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken die je thuis gescheiden inzamelt. Maar voor de zekerheid hebben we een sorteerproef gedaan op vier locaties, om precies te zien uit welke stromen ons restafval bestaat”.

En? Wat waren de grootste afvalstromen?

“Van ons restafval bleek maar 3,8% uit PMD te bestaan. Terwijl incontinentiemateriaal 20,5% bleek bij te dragen aan ons restafval. Toen ontstond het idee om over te stappen op het scheiden van incontinentiemateriaal. Dat leidde overigens meteen tot een volgend vraagstuk. Want je kunt het wel gescheiden inzamelen, maar in Nederland zijn er nog nauwelijks bedrijven die incontinentiemateriaal recyclen. Dus wat draagt het dan bij aan duurzaamheid? Maar uiteindelijk hebben we besloten om toch bij incontinentiemateriaal te beginnen.”

Waarom dan toch gescheiden inzamelen? Terwijl je weet dat je het nog niet kunt recyclen?

“Omdat het nog andere voordelen heeft. Minder infectiegevaar. Minder geuroverlast. Dat leidt weer tot een betere kwaliteit van leven. En het is plezieriger voor bezoekers. Ook krijg je door het vacumeren handzamere pakketten. Daardoor ervaren medewerkers minder fysieke belasting als ze de zakken naar de container brengen. Het is niet één voordeel. Het is plus, plus, plus.”

“We laten andere zorgorganisaties zien dat het kan, wat ook weer de noodzaak bij afvalverwerkers vergroot om recycling van incontinentiemateriaal mogelijk te maken.”

“En wat duurzaamheid betreft: zodra het moment komt dat we wél kunnen recyclen, zijn we daarop voorbereid. Daarnaast oefenen we in zekere zin druk uit op de politiek, door ons incontinentiemateriaal nu al gescheiden in te zamelen. Want het staat landelijk al hoog op de agenda en hier in Drenthe is de overheid er ook mee bezig. Wij zwengelen dat nog eens aan, door er gewoon mee te beginnen. En we laten andere zorgorganisaties zien dat het kan, wat ook weer de noodzaak bij afvalverwerkers vergroot om recycling mogelijk te maken. Onze afvalpartner vroeg laatst nog: ken je geen andere zorgorganisaties die hiermee aan de slag willen? Het is een optelsom.”

Je somde net een aantal voordelen op van het scheiden van incontinentiemateriaal: plus, plus, plus. Wat is voor jullie de belangrijkste plus?

“Dat de geuroverlast weg is. Daar hadden we vooraf niet eens zo bij stil gestaan, dus dat zou je als bijvangst kunnen beschouwen. Maar uit de pilot bleek dit voor medewerkers de grootste plus te zijn. En de grootste stimulans voor collega’s op andere afdelingen en andere locaties om er ook mee aan de slag te gaan.”

Ervaren jullie naast voordelen ook nadelen of bezwaren?

“Medewerkers moeten een extra handeling verrichten door een extra zakje mee te nemen. Eén voor het incontinentiemateriaal en één voor het overige afval. In het begin hikten collega’s daar wel tegenaan, maar uiteindelijk hebben ze het prima ingepast. Het hielp ook dat we hebben uitgelegd dat het extra zakje van recyclebaar plastic is.”

Hoe bereid je zo’n pilot voor?

“We hebben eerst de zorgmanager en de teamleider facilitair van De Wijde Blik benaderd, de locatie waar we de pilot hebben gehouden. Wat is er op de locatie wel en niet mogelijk? Waar verwachten we tegenaan te lopen? Op welke afdelingen kunnen we het beste beginnen? Daar kwam onder meer uit dat gescheiden inzamelen ons het handigste leek bij cliënten die al in hoge mate zorgafhankelijk zijn. Omdat medewerkers hen sowieso al helpen bij de continentiezorg.”

 

“Vervolgens hebben we de kwaliteitsverpleegkundige erbij betrokken en verantwoordelijk gemaakt voor het project. Zorgmedewerkers uitleggen wat ze gaan doen en waarom ze het zo gaan doen. Aandacht aan het onderwerp besteden tijdens het werkoverleg. Informatiemateriaal opstellen. Op dat moment heb ik ook een stap terug gedaan en de kwaliteitsverpleegkundige in contact gebracht met Abena. Om de lijnen kort te houden en rechtstreeks te kunnen schakelen bij vragen.”

Kun je al iets zeggen over de resultaten van de pilot?

“Met het MT hebben we afgesproken om de pilot te beoordelen op drie criteria. De vermindering van restafval, de meerwaarde voor medewerkers en cliënten, en het financiële aspect. Over het financiële aspect kunnen we nog niet veel zeggen, want in eerste instantie is het vooral een investering; je ziet pas later wat het oplevert.”

“De vermindering van restafval hebben we op basis van een indicatie uitgerekend, aan de hand van die twintig procent uit de sorteerproef. Dus dat is positief. Sinds september hebben we ook een aantal keren gewogen bij lediging, zodat we de hoeveelheid precies in kilo’s kunnen uitdrukken. En van de facilitair manager begreep ik dat we nu al één restafvalcontainer minder nodig hebben.”

Abena VAC in gebruik
Abena VAC in gebruik

“Als het dan ineens wél fris ruikt, realiseer je je: kennelijk is geuroverlast iets waarvan we denken dat het erbij hoort. Maar dat is dus niet zo. Je raakt er alleen aan gewend.”

“Over de meerwaarde voor medewerkers en cliënten zijn we echt enorm te spreken. Wat ik al eerder zei: minder infectierisico, minder fysieke belasting en minder geuroverlast. Het ging ons om duurzaamheid, maar mensen omarmen het vooral om al die andere redenen. Neem bijvoorbeeld geuroverlast. Niet dat collega’s, cliënten of bezoekers daar voorheen over klaagden, maar het werd wel opgemerkt. Als het dan ineens frisser ruikt, realiseer je je: kennelijk is geuroverlast iets waarvan we denken dat het erbij hoort. Maar dat is dus niet zo. Je raakt er alleen aan gewend.”

En nu?

“Nu zijn we het verder aan het uitrollen. In De Wijde Blik hebben we het al op twee extra afdelingen ingevoerd en een derde afdeling staat op het punt om ermee te beginnen. In onze locatie Nieuw Graswijk zijn we ook begonnen met twee afdelingen. Volgend jaar willen we in vier andere locaties aan de slag. Daarna staat de uitrol even stil  in verband met nieuwbouw. Maar als die klaar is willen we ook in de rest van de locaties beginnen. Het is de bedoeling dat de hele organisatie in 2024 werkt met de vacumeermachines voor het inzamelen van incontinentiemateriaal.”

Ook aan de slag met het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal?

4 tips van Eva Koerselman van Interzorg

De pilot van Interzorg vond plaats bij twee afdelingen, met in totaal 26 cliënten en duurde drie maanden. Wat zijn Eva’s belangrijkste tips voor andere zorgorganisaties die een pilot willen houden met het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal?

  1. Begin bij afdelingen met de meest zorgafhankelijke cliënten. ‘Omdat die vaak al hulp krijgen bij de continentiezorg, levert gescheiden inzamelen daar minder extra werk op.
  2. Maak duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. ‘Bij ons was de zorgmanager verantwoordelijk voor het totale proces, de kwaliteitsverpleegkundige verantwoordelijk voor de uitvoering, en de teamleider facilitair het aanspreekpunt voor huishoudelijke medewerkers, die het logistiek proces verzorgen.’
  3. Zorg vanaf het begin voor goede informatie. ‘Wij helpen medewerkers met een instructiekaart en een demofilmpje. En nieuwe afdelingen die ermee aan de slag gaan, sturen we vooraf een draaiboek.’
  4. Let op dat je de zakken niet te vol stopt. ‘Wij werken met grote en kleine zakken en hebben gemerkt dat wanneer de kleine zakken te vol zitten deze niet goed gevacumeerd worden.’

Meer grip op afvoeren van incontinentiemateriaal.
Wat levert het op?

Minder
geuroverlast

Minder fysieke belasting

Milieu-
vriendelijker

Minder kans op infecties

Ook de Abena Vac proberen? Dat kan!

Waar houdt een milieucoördinator zich zoal mee bezig

Duurzaamheid in de zorg: zo zet Driestroom concrete stappen

Een interview met milieucoördinator Mariska Jansen

Duurzaamheid in de zorg: zo zet Driestroom concrete stappen

Een interview met milieucoördinator Mariska Jansen

Duurzaamheid staat binnen veel zorgorganisaties hoog op de agenda. Maar ja, waar begin je? Stichting Driestroom zette concrete stappen door drie jaar geleden een milieucoördinator aan te stellen en werk te maken van een milieucertificering voor een van haar locaties. De milieucoördinator in kwestie, Mariska Jansen, blijkt graag bereid om haar inzichten en ervaringen met onze lezers te delen.

Waar houdt een milieucoördinator zich zoal mee bezig?

“Luchtbehandeling, afval, vervoer, duurzame voeding… Het is heel breed, want duurzaamheid komt overal in terug. Dus ik mag overal iets van vinden. Officieel val ik onder de afdeling Facilitair en Vastgoed, maar in de praktijk werk ik door de hele organisatie heen.”

Milieucoördinator was niet alleen voor jou een nieuwe functie, maar ook een nieuwe functie binnen jullie organisatie. Waar begin je dan?

Google is your best friend. Ik ben er niet voor opgeleid, dus voor mij begon het met heel veel uitzoeken en onderzoeken. Gaandeweg leer je welke mensen je moet hebben en welke wegen je kunt bewandelen. En vanuit de gemeente Arnhem heb ik een adviseur die ik altijd kan bellen. Maar verder is het dus veel zelf uitpluizen. En vooral: gewoon doen.”

“Door de focus op die ene locatie te houden, kregen we in één keer met veel verschillende aspecten van duurzaamheid te maken”

Je had het net over de Milieuthermometer Zorg. Kun je daar iets meer over vertellen?

“Dat is een managementsysteem waarmee zorginstellingen hun milieuprestaties structureel en aantoonbaar kunnen verbeteren. Vorig jaar hebben we een bronzen milieucertificaat behaald voor onze locatie Wikke: lees meer. Dat was onze eerste mijlpaal. Door de focus op die ene locatie te houden, kregen we in één keer met veel verschillende aspecten van duurzaamheid te maken. De kennis en ervaring die we daarmee hebben opgedaan, kunnen we nu ook inzetten op andere locaties. En sommige maatregelen die je vanwege de certificering op één locatie neemt, hebben sowieso al een organisatiebrede impact.”

Hoe borg je die organisatiebrede impact? Hebben jullie daar ook criteria of doelen voor opgesteld?

“Afgelopen jaar hebben we de Green Deal met de omgevingsdiensten, gemeenten en zorginstellingen in de regio vernieuwd. Daarbij hebben we nieuwe afspraken gemaakt om meer locaties brons te certificeren – in ons geval zes locaties. En op Wikke willen we het zilveren certificaat halen. Zo brengen we via die locatie weer nieuwe maatregelen, nieuwe onderwerpen de organisatie binnen. En blijven we stappen zetten.”

Op welke onderdelen is voor een zorginstelling de meeste milieuwinst te boeken?

“Op de eerste plaats het energieverbruik. Op de locatie Wikke, die ook representatief is voor onze andere locaties, bestaat onze CO2-footprint voor 43% uit elektriciteit en voor 16% uit brandstof en warmte; dat is samen het overgrote deel. Dat betekent dat je veel kunt bereiken met maatregelen op vastgoed- en inkoopgebied. Denk aan besparende douchekoppen, warmtepompen, koelsystemen. En  aan groene energie inkopen. Maar bijvoorbeeld ook door te kijken of je locaties kunt aansluiten op het warmtenet. Of kijken naar de mogelijkheden van zonnepanelen.”

Is duurzaamheid een onderwerp dat al breed leeft binnen jullie organisatie of is het iets dat jij als milieucoördinator moet aanjagen?

“Het is een wisselwerking. Aan de ene kant weet ik aan welke criteria we moeten voldoen en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Die breng ik de organisatie in. Aan andere kant komen er ook steeds meer vragen en initiatieven vanuit de organisatie zelf.”

Mariska Jansen
milieucoördinator

“Cliënten vinden het raar dat ze plastic wel apart moeten weggooien als ze bij hun ouders zijn, maar dat het op hun woonlocatie in dezelfde container gaat als het restafval.”

Kun je een voorbeeld geven van die eigen initiatieven?

“Vorig jaar was ik op bezoek bij de Goffertboerderij in Nijmegen. Daar zit een klein restaurantje bij, waar ze graag duurzame keuzes willen maken. Om te laten zien dat ze dichtbij de natuur staan en daar goed mee omgaan. Dan ga ik erheen om te adviseren wat ze op dat gebied kunnen verbeteren. En andersom deel ik hun verhaal ook weer in de organisatie als voorbeeldcasus. Maar verduurzaming kan ook gewoon beginnen bij een medewerker die zich afvraagt waarom we zoveel papier gebruiken. Of waarom we afval niet scheiden. Dan bekijken we samen hoe we dat kunnen veranderen.”

Verandering zorgt meestal ook voor enige weerstand. Hoe ga je daarmee om?

“De intrinsieke motivatie verschilt per medewerker. Maar als je op een locatie iemand hebt die roept om afvalscheiding of duurzame energie, dan heb je een ambassadeur voor die locatie. Daar ga ik dan informatie mee uitwisselen. Zij kunnen alles aan me vragen; wat er mogelijk is op het gebied van duurzaamheid, maar bijvoorbeeld ook tips om collega’s mee te krijgen. En minstens zo belangrijk als het om motivatie gaat: cliënten die over duurzaamheid beginnen. Want in onze visie staat de cliënt voorop.”

Kun je daar een voorbeeld van geven, van cliënten die over duurzaamheid beginnen?

“Die vertellen bijvoorbeeld dat ze het raar vinden dat ze plastic wel apart moeten weggooien als ze bij hun ouders zijn, maar dat het op hun woonlocatie in dezelfde container gaat als het restafval. En dat is natuurlijk ook raar. Daarom ben ik ook een keer aangeschoven bij de cliëntenraad. Om te horen: wat vinden jullie? Zijn er dingen die we anders zouden moeten doen? Dan ontstaan er echte gesprekken en vragen cliënten bijvoorbeeld ook wat ze zelf kunnen doen om energie te besparen. Dat probeer ik dan naar hun eigen leefwereld te vertalen met praktische tips. De verwarming uitzetten als je niet thuis bent. De tv niet stand-by zetten, maar uit. Dat soort dingen.”

Het overkoepelende thema van dit eMagazine is ‘grip op goede zorg’, in termen van kwaliteit, tijd en kosten. Hoe verhoudt verduurzaming zich volgens jou tot meer grip op kwaliteit, tijd en kosten in de zorg?

“Minder CO2-uitstoot, meer circulair werken, duurzame voeding: duurzaamheid draagt op allerlei manieren bij aan een gezondere leefomgeving voor cliënten, dus aan de kwaliteit van de zorg. Of neem jullie eigen slimme incontinentiemateriaal, Abena Nova. Daar hebben we in Nijmegen een pilot mee gedaan. In acht weken tijd hebben we het gebruik van incontinentiemateriaal daar fors weten terug te brengen: van vijf naar drie inco’s per cliënt per dag. Dat zijn 730 inco’s per cliënt per jaar.  En we hadden opeens ook veel minder onderleggers nodig. Minder wondzorg. Reken je dat door naar een locatie met 40 bewoners van wie de helft incontinent is, dan maakt dat echt een fors verschil. Voor het milieu, maar ook voor het welzijn van de cliënt en qua financieel voordeel.”

Wat beschouw je als de grootste uitdaging bij het doorvoeren van duurzame maatregelen?

“Een van de grootste uitdagingen is de communicatie met medewerkers, vooral als er gedragsverandering nodig is of als iets extra werk oplevert. En dat is begrijpelijk, want collega’s werken elke dag al zo hard om goede zorg te geven.”

“Daarom probeer ik maatregelen ook altijd zo praktisch mogelijk te vertalen naar de werkvloer. Dus niet alleen zeggen: vanaf nu gaan we afval scheiden. Maar ook kijken wat medewerkers daarvoor nodig hebben. In het geval van afvalscheiding: zorgen dat er afvalbakken staan met een duidelijk overzicht wat er wel en niet in mag.”

“Duurzaamheid draagt bij aan een gezondere leefomgeving voor cliënten, dus aan de kwaliteit van de zorg.”

Tot slot: nog lang niet elke zorginstelling heeft een milieucoördinator. Is het volgens jou wel iets dat elke zorginstelling zou moeten overwegen?

Lachend: “Jazeker, al is het alleen maar omdat ik hierin nu ook voor mezelf ben begonnen als zzp’er!” Serieuzer: “Ziekenhuizen zijn daarin al een paar stappen verder, maar ook binnen de care zie ik dat steeds meer organisaties bezig zijn om het thema duurzaamheid concreet in te vullen. En ja, ik kan absoluut aanraden om dat met een milieucoördinator of duurzaamheidscoördinator te doen. Omdat je met zoveel verschillende maatregelen en onderwerpen te maken hebt, is het belangrijk om iemand te hebben die dat door de hele organisatie heen coördineert.”

Group 305

Mijn tips voor meer grip!

Group 314@2x

Focus op 1 locatie en zet de opgedane ervaring en kennis in bij de andere locaties.

Group 315@2x

Deel de succesverhalen, hoe klein ze ook zijn, in je organisatie.

Group 316@2x

Maak gebruik van enthousiaste ambassadeurs om de andere collega’s mee te krijgen.

Group 317@2x

Vertaal de maatregelen zo praktisch mogelijk naar de werkvloer.

tips voor meer grip 5

Neem duurzaamheid serieus, niet als iets dat je er even bij doet.

Handig: infographics voor medewerkers

Handig: infographics voor medewerkers

Praktische tips voor meer bewustwording op de werkvloer

Het scheiden van afval stimuleren? Tips voor ergonomisch werken onder de aandacht brengen? Medewerkers helpen bij het kiezen van het juiste schoonmaakmiddel? Download onze handige infographics of bestel een complete toolbox.

Ergonomisch werken

Facilitair werk is vaak zwaar werk. Deze tips voor ergonomisch werken helpen om de fysieke belasting te verminderen en ziekteverzuim terug te dringen.

Omgaan met afval

Simpele, maar doeltreffende tips om de kans op infecties te verkleinen, geuroverlast te voorkomen en de omgeving voor iedereen schoon en veilig te houden.

Afval scheiden

Afvalscheiding vraagt om gedragsverandering bij medewerkers, cliënten en bezoekers. Deze tips helpen je om mensen te motiveren én gemotiveerd te houden.

Schoonmaaktips voor zorgmedewerkers

Doen zorgmedewerkers in jouw organisatie ook wel eens een schoonmaakklus tussendoor? Met deze tips help je ze om het snel én goed te doen.

Het juiste reinigingsmiddel kiezen

Voor een goede reiniging is het belangrijk om voor elke klus het juiste schoonmaakmiddel te gebruiken. Dit overzicht helpt om snel de beste keuze te maken.

Wat is de relatie tussen een schone omgeving en vitaliteit van medewerkers?

header gsm infectiepreventie

In beeld: infectiepreventietraining

In beeld: infectiepreventietraining

Vergroot het bewustzijn met deze eye-openers voor medewerkers

Meten is weten: hoe schoon (of vuil) denk je dat een ring is?

Met een ATP-meter kun je controleren hoe schoon of vuil een object of oppervlak is. Een score tussen 0 en 30 RLU (relative light units) wordt als ‘schoon’ beschouwd. Dus als je iemand zijn of haar ring laat checken? Dan kom je meestal ergens tussen 600 en 8.000(!) RLU uit. Een effectieve manier om collega’s ervan te overtuigen tijdens het verrichten van zorghandelingen geen ringen te dragen.

Blacklight: een ander licht op handhygiëne

Handhygiëne is een van de belangrijkste pijlers van infectiepreventie. Met behulp van een blacklight kun je mensen laten zien welke plekken ze missen bij het desinfecteren van hun handen. Vaak zijn dat dezelfde plekken, zoals de duimen en de bovenkant van de vingers.

Beschermende kleding: pindakaas voor bewustwording

Wil je medewerkers laten zien waar de bacteriën op hun handen zoal terecht kunnen komen tijdens het aantrekken van beschermende kleding? Laat ze hun handen (of handschoenen) eens insmeren met pindakaas!

Zelf een infectiepreventietraining voor medewerkers organiseren?

Infectiepreventie staat op dit moment bij elke zorgorganisatie hoog op de agenda. Maar ook los van corona is het zaak om er regelmatig aandacht aan te besteden. Want andere infectieziektes, zoals het norovirus, eisen ook ieder jaar hun tol. Een infectiepreventietraining is een laagdrempelige manier om in korte tijd het bewustzijn onder medewerkers te vergroten.

interzorg

Facilitaire taken uitbesteden?

Interzorg kiest voor veel in eigen beheer!

In gesprek met facilitair professional Simon Wachtmeester

Facilitaire taken uitbesteden?

Interzorg kiest voor veel in eigen beheer!

interzorglogo

Sinds de coronacrisis staat de facilitaire organisatie binnen veel zorginstellingen volop in de belangstelling. Met name vanwege de rol die hygiëne speelt bij infectiepreventie. Maar de facilitaire organisatie draagt ook in andere opzichten bij aan de kwaliteit van onze zorg.

Hoe kun je met de facilitaire organisatie bijdragen aan grip op goede zorg? We gaan erover in gesprek met teamleider INNService Simon Wachtmeester, die verantwoordelijk is voor de facilitaire dienstverlening op een van de negen locaties van Interzorg én voor de centrale wasserij en linnenvoorziening van de zorgorganisatie.

Hoe is de facilitaire organisatie bij Interzorg ingericht?
“Via INNService, een aparte dienst binnen de organisatie, waarbij INN staat voor Interzorg Noord-Nederland. Daarmee houden we vrijwel alles in eigen beheer. De schoonmaak, de keuken, de wasserij. Het is echter geen doel op zich om zoveel mogelijk in eigen beheer te houden. We willen daarentegen wel de beste dienstverlening bieden die past bij de wensen van onze cliënten. Uit ervaring weten we dat we daaraan beter kunnen voldoen wanneer de facilitaire organisatie in eigen beheer is.”

“Medewerkers van de keuken auditeren de wasserij en andersom.”

Je zegt ‘vrijwel’ alles in eigen beheer. Wat besteden jullie wel uit?

“Alleen het logistieke deel, meer niet. Het vervoeren van de schone en vuile was, het transport van eten en drinken en de distributie van incontinentiemateriaal. Vanuit onze MVO-visie doen we dat laatste samen met Vanboeijen, waar mensen werken met een afstand tot de arbeidsmarkt.”

Zijn jullie daarin anders dan anderen?

“Dat weet ik wel zeker. Over het algemeen zijn zorgorganisaties meer bezig met het outsourcen van werkzaamheden dan andersom. Terwijl veel collega-instellingen het best wel zouden willen hoor. Terug naar een eigen keuken. Terug naar een eigen wasserij. Maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Vorig jaar hebben we de sleutel gekregen van ons nieuwe servicecentrum, maar daartoe hebben we een flink traject moeten afleggen.”

Simon Wachtmeester
Teamleider INNService Interzorg
Simon Wachtmeester
Teamleider INNSERIVE Interzorg

Waar begint zo’n traject?

“Bij ons begon het ooit met de gedachte om dieetvoeding ‘natuurlijk lekker’ te maken. Terug naar vers, terug naar streekgebonden, met een korte inkoopketen. Want we zagen dat er voor vijftigduizend euro per jaar aan dieetvoeding in de gootsteen verdween. Uiteindelijk leidde dat tot de ontwikkeling van een eigen productlijn in 2016.”

“Vervolgens bedachten we: eigenlijk is het raar om alleen natuurlijk lekker te koken voor mensen met een dieetbehoefte. Waarom zouden we dat niet bij de reguliere maaltijden doen? Zo is de eigen keuken ontstaan. Daarna hebben we de was en de schoonmaak in eigen beheer genomen. Zo kregen we de hele begane grond van het servicecentrum ingevuld.”

“Toen zijn we ook vastgoedtechnisch gaan kijken. Op de zorglocaties hadden we veel ruimte voor kantoormedewerkers, de bedrijfsarts et cetera. Dure vierkante meters. Zo ontstond het idee om een verdieping op het pand te zetten voor kantoormedewerkers. En daarmee de vierkante meters op de zorglocaties te verminderen en de vastgoedkosten te verlagen. Op die manier hebben we, vanuit een behoefte aan meer grip op kwaliteit, uiteindelijk ook meer grip op onze kosten gekregen.”

“Met meer grip op kwaliteit hebben wij ook meer grip op onze kosten gekregen.”

Inderdaad een flink traject. Hoe is het jullie gelukt om het allemaal van de grond te krijgen? Waarmee maak je het verschil?

“Lef. Durf. Het is ook niet zonder slag of stoot gegaan. Na het uitschrijven van onze ideeën zijn we in gesprek gegaan met het bestuur en de cliëntenraad. Door iedereen constant mee te nemen in dit traject, heeft het zich steeds verder ontwikkeld met een prachtig plan als resultaat. Dat wordt gedragen door alle betrokkenen.”

 

“Een belangrijk moment in het hele proces was een beleidsdag waarin we onze plannen zouden presenteren aan de organisatie. We begonnen de dag met het serveren van een welkomstdrankje. En later, tijdens onze presentatie, onthulden we ons idee om in een eigen keuken dieetvoeding te gaan bereiden. Daarbij grepen we terug op het welkomstdrankje dat iedereen had gehad. Dat was namelijk de dieetvoeding die we destijds dagelijks aan onze cliënten gaven. We vroegen de aanwezigen wie het drankje lekker had gevonden. Niemand.”

“Zo confronteerden we de organisatie ermee dat cliënten dit dus ook niet lekker vinden. Dan krijg je de vraag: kan dat ook anders? Dan staan mensen open voor verandering. Dan krijg je de handen op elkaar voor je plannen.”

Zijn er, behalve zo min mogelijk uitbesteden, nog andere dingen die jullie binnen de facilitaire organisatie doen om grip op de kwaliteit van jullie dienstverlening te krijgen?

“Enige tijd geleden zijn we gestart met de TWI-methode: Training Within Industry. Dat is een methode voor het standaardiseren van werkzaamheden die uitgaat van het principe ‘vier keer voordoen, vier keer nadoen’.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?

“Hoe maak je een toilet schoon? Met TWI als trainingsstandaard doe je het de eerste keer alleen voor. Bij de tweede keer leg je daarnaast ook uit waarom je het doet. Bij de derde keer benoem je wat je allemaal doet. En bij de vierde keer vertel je hoe je het precies doet. Daarna laat je het de medewerker doen. Ook weer vier keer.”

“Hetzelfde geldt voor het vouwen van kleding. Voorheen had elke locatie zijn eigen vouwtechniek. Maar als je het op één manier doet, is het overzichtelijker voor cliënten en zorgmedewerkers. Het past beter in de kast, het stapelt mooier. Dat draagt bij aan de kwaliteit die je levert. Het is ook efficiënter qua transport en makkelijker werken op de locaties. Dus toen we de centrale wasserij begonnen, hebben we daar ook één methode voor ontwikkeld.”

En hoe borgen jullie de kwaliteit vervolgens?

“Met audits. Verschillende medewerkers zijn daar speciaal op getraind. Degenen die in de keuken werken, komen de wasserij auditeren en andersom.”

Hygiëne is niet alleen een taak van de facilitaire organisatie, in de vorm van schoonmaak, maar ook een belangrijk aspect van de zorg in het algemeen. Hoe hebben jullie daarin de rolverdeling tussen facilitair medewerkers en de zorgmedewerkers geregeld?

“Het is ons gezamenlijke doel dat iemand zijn of haar leven kan voortzetten op zijn of haar eigen manier, in een veilige, nette en schone leefomgeving. Op elke locatie verzorgen wij daartoe één keer per week de professionele schoonmaak. Maar cliënten gaan de hele week naar de wc, dus we kunnen niet zonder elkaar. Daarom kijken we ook welke kleine schoonmaaktaken zorgprofessionals kunnen meenemen als ze toch bij een cliënt zijn. De natte cel netjes achterlaten na het douchen bijvoorbeeld. Of na het verlenen van ADL-zorg even kijken hoe het met het prullenbakje zit.”

Zijn zorgprofessionals zich bewust van de rol die ze spelen in dat hygiënestuk?

“Ja, zeker sinds corona. Handen wassen, desinfecteren, een deurklink extra meenemen. We hebben allemaal enorm veel last van corona, maar op dit punt helpt het de bewustwording te versterken.”

 

Op welke manier kunnen leveranciers als Abena jullie helpen bij het krijgen van grip op goede zorg?

“Wij zoeken geen verkopers, maar partners. Wij willen werken met partijen die meezoeken naar oplossingen. Kijk naar het scheiden van afval. Dat is bij ons ontstaan vanuit onze duurzame visie en nu zijn we met Abena in gesprek over de recycling van incontinentiemateriaal. Dat is overigens nog in een prille fase.”

Wat zijn daarin de grootste uitdagingen?

“Op de eerste plaats bewustwording. Thuis vinden we het normaal om GFT in de bak te gooien en oud papier te verzamelen. Maar op ons werk doen we het niet. Dan is de vraag: waarom niet? Omdat het voelt als een extra handeling? Omdat je tien meter verder moet lopen? Omdat er heel veel in die grote grijze afvalcontainer kan, die ook nog eens twee keer per week wordt geleegd? Wij kunnen het wel bedenken met onze laptop voor onze neus. Maar medewerkers moeten het zelf gaan willen en zelf gaan doen.”

“Daarnaast loop je tegen praktische zaken in de uitvoering aan. Want ik kan wel willen scheiden, maar als het vervolgens toch in een oven voor restafval verdwijnt, waar doe ik het dan voor? En het zorgt ook voor extra kosten, dus ik moet het goed kunnen motiveren. Door te kijken of je het kunt wegstrepen tegen de kosten die je ermee bespaart op restafval. Of door te laten zien dat je daarmee een betere wereld creëert. Want dat is ook belangrijk voor Interzorg. Dat is wat ik bedoel met onze duurzame visie. We zijn er niet alleen voor onze ouderen, maar willen ook bijdragen aan een wereld waarin onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen een goed bestaan kunnen hebben.”

“We hebben allemaal enorm veel last van corona, maar op het punt van hygiëne helpt het de bewustwording te versterken.”

Group 305

Tips voor meer grip!

Group 314@2x

Neem alle betrokkenen mee in het traject zodat het door iedereen gedragen wordt.

Group 315@2x

Standaardiseer werkzaamheden, ontwikkel één methode, doe het voor en leg uit waarom.

Group 316@2x

Werk met partijen die niet alleen verkopen, maar meezoeken naar een oplossing.

Group 317@2x

Gedragsverandering lukt als medewerkers het zelf willen en zelf gaan doen.

tips voor meer grip 5

Kijk welke kleine schoonmaaktaken zorgprofessionals kunnen meenemen als ze toch bij een cliënt zijn.

Grip op werkdruk, kosten

en kwaliteit van zorg. 

Van gedachte wisselen of inzichten delen?

Training infectiepreventie bij ’s Heeren Loo

‘Hét moment om het bij medewerkers onder de aandacht te brengen’

sheerenloo loo

Training infectiepreventie bij ’s Heeren Loo

‘Hét moment om het bij medewerkers onder de aandacht te brengen’

Als stafmedewerker met aandachtsgebied infectiepreventie bij ’s Heeren Loo is Ellen Broekhof continu bezig om bewustwording te creëren rond het thema infectiepreventie. Daarvoor organiseert ze onder meer trainingsdagen over het onderwerp. Onlangs vond er weer zo’n training plaats. Dat gebeurde noodgedwongen op afstand, vanwege corona. Samen met Ellen blikken we terug.

Hoe ziet zo’n trainingsdag over infectiepreventie eruit?

“Oorspronkelijk was het de bedoeling om drie onderwerpen te behandelen, waarvoor we drie verschillende sprekers hadden uitgenodigd. Probiotica, HACCP en schoonmaak. Normaal gesproken trekken we de hele ochtend uit voor zo’n training. Maar omdat we het nu op afstand moesten doen, hebben we de training opgeknipt in drie online sessies. Je wilt de mensen toch prikkelen en tot het einde toe vasthouden. Dan is een webinar van een uur tot anderhalf uur meer dan genoeg.”

‘Je merkt dat medewerkers geboeid zijn door een verhaal van iemand die veel kennis heeft van het onderwerp’

“De eerste sessie hebben we nu achter de rug. Een webinar over het belang van een schone omgeving, door Twan Peltzer van Abena, met de gelegenheid voor medewerkers om hun eigen vragen daarover te stellen. De sessies over HACCP en probiotica doen we later. De presentatie daarvan is ook in handen van externe partijen. Je merkt dat medewerkers geboeid zijn door een verhaal van iemand die veel kennis heeft van het onderwerp.”

Tweede van links:
Ellen Broekhof Stafmedewerkster
Infectiepreventie ’s Heeren Loo
Tweede van links:
Ellen Broekhof Stafmedewerkster
Infectiepreventie ’s Heeren Loo

In hoeverre is een online training anders dan een fysieke trainingsdag?

“Je mist een stuk interactie. Om dat toch te stimuleren, konden medewerkers reageren en vragen stellen via de chat. Maar niet iedereen is gewend om met een chatfunctie te werken. Dan krijg je bijvoorbeeld een sms’je tussendoor van iemand. Aan de andere kant was het wel fijn dat de training op een veilige manier door kon gaan. Het onderwerp infectiepreventie is door corona heel actueel, dus dit is hét moment om het bij medewerkers onder de aandacht te brengen.”

Hoeveel mensen hebben er aan de sessie deelgenomen?

“Sowieso wat minder dan aan een fysieke trainingsdag, maar dat hadden we al verwacht. Als je op één dag drie thema’s behandelt, dan komen mensen af op een of twee thema’s die ze interessant vinden. Live zitten we meestal rond de honderd medewerkers. Maar dat hebben we nu zeker niet gehaald, omdat we maar één onderwerp behandelden. Toch was het nog een behoorlijke groep. Met huishoudelijk medewerkers, groepsbegeleiders, persoonlijk begeleiders en een manager. Een gevarieerd gezelschap.”

‘Ik kies altijd voor deelname op inschrijving. Dan heb je een gemotiveerdere groep.’

Hoe hebben de deelnemers de training ervaren?

“Positief. Vooral omdat het allemaal zo praktisch was. We krijgen nog steeds erg leuke reacties. Vragen over bepaalde producten. Collega’s die willen weten wanneer er een vervolgtraining komt. De vraag om achteraf alsnog een link naar het webinar te sturen, van medewerkers die er niet bij konden zijn. Dat laatste doe ik trouwens alleen op verzoek. Om dezelfde reden dat ik ook altijd kies voor deelname op inschrijving. Dan heb je een gemotiveerdere groep.”

Wat hebben medewerkers ervan opgestoken?

“Vooral het inzicht dat ze bepaalde dagelijkse dingen onbewust verkeerd doen. Bijvoorbeeld desinfecteren zonder schoonmaken. En dat er handige hulpmiddelen zijn, zoals microvezeldoekjes. Deelnemers kregen ook meteen antwoord op vragen uit de alledaagse praktijk. Bijvoorbeeld over alternatieven voor chloor, in verband met ons protocol om geen chloor te gebruiken vanwege de veiligheid van cliënten. Of wanneer je beter met warm water kunt schoonmaken en wanneer met koud water.”

Heb je tot slot nog tips voor andere zorgorganisaties die infectiepreventie op de kaart willen zetten?

“Houd het praktisch. Vertel collega’s niet wat ze moeten doen, maar probeer te helpen bij gedragsverandering op basis van vragen waar ze zelf mee komen. Lijstjes krijgen ze al genoeg.”

“Blijf herhalen en doe dat op een leuke manier. In eerdere trainingen hebben we ook spelvormen gebruikt. Zoals een escape room. Of je handen wassen met ‘see-soap’, blauwe zeep waarmee je ziet welke plekken je makkelijk mist.”

‘Heb je het in één woning voor elkaar? Dan is dat toch weer een woning die je verder hebt geholpen.’

“Zoek de samenwerking met leveranciers. Met Abena hebben we bijvoorbeeld samen stickers ontwikkeld voor op de handalcohol. Daarmee maken we het medewerkers makkelijker om de handalcohol op de juiste manier te gebruiken. Je bereikt veel meer als je het mensen makkelijk maakt dan wanneer je mensen iets oplegt.”

“En tot slot: probeer niet teveel tegelijk voor elkaar te krijgen. Wees blij met iedere kleine verandering die je bereikt. Heb je het in één woning voor elkaar? Dan is dat toch weer een woning die je verder hebt geholpen. Niet ‘maar een woning’ maar ‘weer een woning’.”

Group 305

Mijn tips voor meer grip!

Group 314@2x

Betrek je leveranciers bij de trainingen.

Group 315@2x

Kies voor deelname op inschrijving. Deelnemers zijn gemotiveerder om deel te nemen.

Group 316@2x

Voorbeelden uit de praktijk zorgen voor herkenning bij de medewerkers.

Group 317@2x

Gedragsverandering krijg je alleen als je het de medewerkers zelf laat ondervinden.

tips voor meer grip 5

Herhaling werkt. Maar doe het op een leuke manier.

Wat is de relatie tussen incontinentiemateriaal en facilitair management?

grip op goede zorg in nederland

Oproep: deel je eigen inzichten

Heb jij ervaringen of inzichten op het gebied van facilitair management waarmee vakgenoten wellicht hun voordeel kunnen doen? Neem contact op met onze redactie en wie weet staat jouw verhaal binnenkort ook in dit eMagazine!